Mentoraat

Docenten en teamleiders hebben uiteenlopende opvattingen als het gaat om de invulling en uitvoering van de mentoraatstaak. Op de school zijn ook meerdere documenten in omloop die in grote mate overeenkomen qua taakomschrijving maar er zijn ook verschillen. Dit kan te maken hebben met het feit dat de verschillende onderwijstypen vragen om een specifieke invulling en uitvoering van het mentoraat.
Dit document is geschreven om deels een uniforme omschrijving van het mentoraat te krijgen en aan de andere kant kan het gelezen worden als een document dat aangevuld kan worden met specifieke onderdelen die onlosmakelijk verbonden zijn met het type onderwijs waarin de mentor opereert. Maar voor elk onderwijstype geldt dat het aan de mentor is om een goede relatie met de leerlingen op te bouwen. De mentor komt op voor zijn of haar leerling maar spreekt de leerling ook aan op houding en gedrag als daartoe aanleiding is. De mentor is de begeleider van de leerling tijdens het leerproces en het ontwikkelingsproces. De mentor bewaakt de prestaties en de voortgang van de leerling. Maar kijkt ook naar het welbevinden van de leerling en is de verbindende schakel tussen leerling en leerlingbegeleider. Zie de mentor als de coach van zijn of haar leerlingen.

 

Wat doet de mentor voor:


de leerling:

  • Het voeren van een kennismakingsgesprek
  • Het verzorgen van mentorlessen
  • Het regelmatig voeren van voortgangsgesprekken volgens planning en indien hier direct aanleiding voor is (gevraagd / ongevraagd)
  • Helpen bij algemene studievaardigheden en leert de leerling hoe ze kunnen plannen
  • Spreekt de leerling aan op onacceptabel gedrag zoals o.a. vaak uit de les verwijderd, te laat komen, spijbelen
  • Geeft de leerling positieve feedback als hiervoor aanleiding is
  • Zorgt voor verslaglegging in Magister


de docent:

  • De mentor informeert de docent die lessen van de mentorleerling verzorgt over relevante zaken zoals bijvoorbeeld ziekte, huiselijke omstandigheden e.d.
  • Informeert bij vakdocent naar de redenen van bijvoorbeeld zwakke prestaties bij het betreffende vak
  • Vraagt informatie aan de docenten t.b.v. de leerling bespreking
  • Indien nodig de docent wijzen op de administratieve handelingen die hij moet plegen betreffende Magister (logboek, cijfer invoer)


de leerlingbegeleider:

  • In overleg met leerlingbegeleider bespreken van leerlingen die extra zorg vragen. Dit om de leerling indien nodig door te verwijzen naar de coördinator leerlingbegeleider
  • Het in kaart brengen van de leerlingen die extra ondersteuning voor een bepaald vak nodig hebben. Deze leerlingen zullen i -uren gaan volgen
  • Een beroep doen op de leerlingbegeleider als er een conflict is tussen een leerling en een docent (in eerste instantie probeert de mentor het probleem op te lossen)


de decaan:

  • De mentor kan in overleg met de decaan een bijdrage leveren aan de loopbaanoriëntatie van de leerling
  • De mentor kan in overleg met de decaan een bijdrage leveren op het terrein van keuzebegeleiding


de teamleider:

  • Het bespreken van de uitvoering van het mentoraat (feedback) met de teamleider
  • Op dit vlak mag de mentor van de teamleider een coachende rol verwachten
  • Indien nodig begeleiding en scholing vragen


de ouders / verzorgers:

  • De mentor is in eerste instantie de schakel tussen ouders en school en de school en de ouder
  • Onderhoudt contacten met de ouders over het functioneren van hun kind op school
  • Indien nodig worden ouders uitgenodigd op school voor een gesprek
  • Tijdens informatieavonden is de mentor aanwezig voor het beantwoorden van vragen
  • Mentor kan de verbinding leggen tussen de vakdocent en de ouders


Afsluitend

Van de mentor mag worden verwacht dat hij of zij de begeleider is van de leerlingen. Dit doet de mentor op een professionele en adequate wijze. Hierin is de rol van pedagoog een belangrijk uitgangspunt. Opkomen voor de mentorleerlingen en aanspreken, sturen en begeleiden van de leerlingen als hiertoe aanleiding is.