Taal en rekenbeleid

Met betrekking tot taal en rekenen volgt de RSG twee sporen:

Algemene taal- en rekenverbetering van alle leerlingen, in overeenstemming met de eisen die daaraan worden gesteld door de wet “Europees referentiekader”. Hiertoe gebruiken we met name in de onderbouw de digitale adaptieve methode “score”, onder leiding van de docenten Nederlands en wiskunde. Leiding betekent hier dat de docenten volgen, de leerling doet het werk thuis of in vrije tijd op school met een computer. Hoewel dit werk zich buiten de lessen afspeelt geldt het wel als huiswerk bij Nederlands en wiskunde.

Ondersteuning voor gebleken taal- of rekenzwakke leerlingen. Na de eerste klas zal duidelijk zijn geworden welke leerlingen ondanks de ondersteuning met score als taal- of rekenzwak moeten worden getypeerd. Zij zullen remediale onderesteuning krijgen vanaf de tweede klas, die zich vooral afspeelt in de i-uren door een gespecialiseerde docent. Op grond van de resultaten hiervan kan de leerlingbegeleider besluiten de leerling te laten testen op dyslexie of dyscalculie.