Loopbaanoriëntatie

 

In het verleden was LOB (loopbaanoriëntatie en begeleiding) vooral gericht op het maken van de juiste studie- en beroepskeuze. Wanneer die keuze gemaakt was leerde je een beroep en bleef je dat de rest van je loopbaan uitoefenen. Anno nu is dat niet meer realistisch. Bedrijven, beroepen en opleidingen veranderen continu, het is aan de werknemer om daarop te reageren en loopbaankeuzes te maken wanneer dat nodig is. Waar het maken van loopbaankeuzes voorheen een momentopname was, is het nu een doorlopend proces dat steeds bijgestuurd kan worden.

Essentieel hierin is dat leerlingen niet alleen ondersteund moeten worden bij het maken van een keuze voor een vervolgopleiding of een beroep, maar ook begeleid moeten worden bij het ontwikkelen van competenties die hen in staat stellen hun loopbaan vorm te geven. Door LOB ontdekken leerlingen wie ze zijn, wat ze goed kunnen en wat ze leuk vinden. Zo kunnen zij de voor hen juiste vervolgopleiding kiezen met een helder loopbaandoel voor ogen. Door LOB leren leerlingen competenties die hen helpen om nu en in de toekomst hun loopbaan vorm te (blijven) geven. De 5 loopbaancompetenties die centraal staan zijn:

kwaliteitenreflectie (Wat kan ik?)

motievenreflectie (Wat wil ik?)

werkexploratie (Hoe kan mijn werk eruit zien? Waar voel ik me op mijn plaats?)

loopbaansturing (Welke stappen ga ik zetten?)

netwerken (Wie heb ik daarbij nodig?)


VMBO

Loopbaankeuzes lopen als een rode draad door de gehele loopbaan en dus ook door het onderwijsprogramma van het VMBO om het potentieel van onze leerlingen te maximaliseren.

LOB is juist voor de vmbo-leerlingen zo belangrijk, omdat zij al heel vroeg moeten starten met het nadenken over hun loopbaan. Op hun 15e kiezen zij immers al een profiel en op hun 16e een vervolgopleiding.

Met hoofd, hart en handen ervaren en doorlopen leerlingen het keuzeproces. De ontwikkeling van loopbaancompetenties wordt gestimuleerd in een leeromgeving die leerlingen in contact brengt met het werkveld én het MBO, waarin leerlingen keuzes kunnen maken en waarin reflectie plaatsvindt op de keuzes en de ervaringen door met leerlingen daarover in gesprek te gaan. In dit proces  worden zij ondersteund door docenten, mentoren en de decaan.


HAVO & VWO

In  HAVO en VWO wordt in de derde klas een profiel gekozen. Hierop worden de leerlingen voorbereid m.b.v. een interactieve lesmethode. Mentoren en decaan werken hierbij samen om leerlingen na te laten denken over zichzelf (interesse, vaardigheden) en hun toekomst (vakkenkeuze en studieloopbaan). Voor informatievoorziening en doorgeven van de profielkeuze wordt gebruik gemaakt van onze keuzesite: www.MagisterAlvinusHV.dedecaan.net.

Ouders worden tijdens ouderavonden voorgelicht over de mogelijkheden binnen de RSG.

In de vierde (HAVO) en vijfde (VWO) klas wordt dit vervolgd met de voorbereiding op de studiekeuze. Hiervoor is de keuzesite een belangrijk hulpmiddel. Hiermee hebben leerlingen belangrijke en objectieve methodes in handen voor hun onderzoek naar de juiste studie. De decaan speelt hierbij een belangrijke rol, zij motiveert leerlingen om op tijd aan de slag te gaan met hun studiekeuze. Het is namelijk een traject, dat bestaat uit oriënteren, verkennen, verdiepen en beslissen. Alle fases in dit traject zijn belangrijk en vergen tijd en inspanning.

De decaan organiseert een aantal activiteiten die leerlingen kunnen helpen bij het oriënteren. Denk hierbij aan excursies naar hogeschool en universiteit, studievoorlichtingsmiddagen, beroepenavond en bedrijvendag.

Daarnaast is het van belang dat de leerlingen zelf op onderzoek uit gaan; verkennen (open dagen bezoeken) en verdiepen (meeloopdag, proefstuderen), maar ook een kijkje nemen in de praktijk behoort tot de mogelijkheden.

Het examenjaar is het jaar waarin uiteindelijk de beslissing zal moeten worden genomen. Wanneer alle voorgaande fases goed zijn doorlopen, zal dit resulteren in een juiste keuze voor de leerling. Dat betekent dat de leerling gemotiveerd begint aan een studie die hij/zij ook succesvol afrondt.

Een gedegen voorbereiding op de studiekeuze leidt niet alleen tot een juiste keuze, maar geeft ook een voordeel bij een selectie. Selecties komen steeds vaker voor bij vervolgopleidingen en wanneer jij je keuze goed kan onderbouwen, maak je meer kans om toegelaten te worden.

Ouders zijn ook bij de studiekeuze van groot belang. Zij kunnen een ondersteunende rol spelen in dit geheel. Meegaan naar open dagen, gesprekken voeren (doorvragen: waarom vond je het leuk/niet leuk?) en motiveren om vervolgstappen te ondernemen (wat ga je nu onderzoeken?). De meeste leerlingen zullen vooral behoefte hebben aan ondersteuning bij de planning (op tijd aanmelden voor open dagen en meeloopdagen bijvoorbeeld).