Doubleren en doorstromen


Over doubleren

  • In klas 1 of 2 is doubleren in principe niet toegestaan. Leerlingen die niet aan de overgangsnorm
    voldoen worden door de overgangsvergadering aan het eind van klas 1 resp. klas 2
    in een lagere afdeling geplaatst. Wanneer er bijzondere, zwaarwegende redenen zijn of de
    overgangsvergadering geeft aan dat het herhalen van een afdelingsjaar beter is voor de
    schoolloopbaan van de leerling, kan de overgangsvergadering besluiten dat een leerling het
    jaar in dezelfde afdeling mag overdoen.
  • Aanvullend geldt voor havo en vwo: toegestaan is één keer doubleren in de onderbouw en
    één keer doubleren in de bovenbouw, maar niet in zowel klas 3 als klas 4. Bij overschrijding
    volgt een ontzegging om de opleiding te vervolgen.
  • Aanvullend geldt voor het vmbo-kgt: toegestaan is één keer doubleren. Bij overschrijding
    kan een bindend advies volgen om de opleiding in een lagere leerweg te vervolgen.
  • Aanvullend geldt voor het vmbo-b: toegestaan is één keer doubleren. Bij overschrijding kan
    een bindend advies volgen om met een MBO-opleiding nivo 1 te vervolgen, volgens het
    convenant dat met de regionale MBO-opleidingen daartoe is afgesloten.


Beleid voor doorstroming VMBO 4

In het kader van het doorstromingsbeleid heeft de RSG de eisen aan de overstap van vmbo-4 naar havo-4 vastgelegd. Hierbij is het volgende uitgangspunt gehanteerd: doorstroming moet voor iedere leerling mogelijk zijn om te komen tot maximale ontplooiing.

Voor de overstap is de volgende regelgeving van toepassing:

De leerling die het vmbo-diploma volgens de theoretische leerweg heeft behaald kan instromen in de vierde klas van het havo als de teamleider van het havo daartoe positief beslist met inachtneming van het volgende:

  • de leerling kan alleen doorstromen met een sterk gelijkend vakkenpakket
  • het gemiddelde van de cijfers van het vmbo-diploma is gemiddeld minimaal een 6,8
  • de docenten van het vmbo kunnen de teamleider van het havo adviseren af te wijken van de harde eis van het minimale gemiddelde als op grond van andere factoren een leerling positief of negatief wordt geadviseerd de overstap naar het havo te maken
  • de leerling is bereid voorafgaand aan het 4e leerjaar havo een inhaaltraject voor een extra vak of anderszins te volgen indien dat op het vmbo-diploma ontbrak, hieraan kan een toets gekoppeld worden die met een voldoende resultaat moet worden afgesloten


Daarnaast gelden nog enkele aanvullende bepalingen:

  • na periode 1 (medio november) worden de resultaten met de leerling besproken en wordt een advies gegeven (om door te gaan in het havo of de opleiding te vervolgen in bij voorbeeld het mbo). Dit advies is niet bindend.
  • in het vierde leerjaar van het havo mag de leerling die uit het vmbo komt doubleren, ook als de docenten in het geval van tegenvallende prestaties een andere opleiding adviseren.
  • eventueel kan tot een voorwaardelijke toelating worden besloten, de teamleider van het beslist in deze

De doorstromingsvoorwaarden worden door de decaan met de leerling besproken, het is dus zaak dat de leerling die naar het havo wil doorstromen dit zo spoedig mogelijk bekend maakt. De doorstromingsvoorwaarden worden tevens gepubliceerd in de schoolgids en op de website van de rsg.


Doorstroombeleid HAVO-5

In het kader van het doorstromingsbeleid heeft de RSG de mogelijkheden tot de overstap van HAVO-5 naar VWO-5 vastgelegd. Hierbij is het volgende uitgangspunt gehanteerd: doorstroming moet voor iedere leerling mogelijk zijn om te komen tot maximale ontplooiing.

Voor de overstap is de volgende regelgeving van toepassing:

De leerling die het HAVO-diploma heeft behaald kan instromen in VWO-5 als de teamleider daartoe positief besluit op grond van een aantal onderzochte voorwaarden:

  • de leerling kan alleen doorstromen in het op het HAVO gekozen profiel;
  • de cijfers van het HAVO-diploma vormen gemiddeld minimaal een 7,0;
  • de docenten van de examenvergadering HAVO-5 kunnen adviseren af te wijken van de harde eis van het minimale gemiddelde van een 7.0, als op grond van andere factoren een leerling positief of negatief wordt geadviseerd de overstap naar VWO-5 te maken. De teamleider beslist in deze;
  • de leerling is bereid voorafgaand aan het 5e leerjaar VWO een inhaaltraject voor een 2e MVT te volgen dat met een voldoende resultaat moet worden afgesloten.
  • Tevens zal de leerling, indien nodig, een module wiskunde moeten doen ten behoeve van de aansluiting HAVO en VWO.

Daarnaast gelden nog enkele aanvullende bepalingen:

  • doorstroom vindt alleen plaats naar het Atheneum;
  • leerlingen vanuit het profiel CM moeten wiskunde als examenvak hebben gehad;
  • in het vijfde leerjaar VWO mag de leerling niet doubleren;
  • de leerling maakt de instroomwens uiterlijk 1 maart van het 5e leerjaar HAVO bekend bij het decanaat;
  • vrijstellingen worden binnen het kader van de wet op de Tweede Fase verleend voor de volgende vakken: CKV, maatschappijleer en ANW;
  • eventueel kan een toelating op contractbasis plaatsvinden. De teamleider beslist in deze;
  • na periode 1 (medio november) worden de resultaten van de leerling geëvalueerd en wordt gesproken over het vervolgtraject (doorgaan in V5, instromen in het HBO of een andere keuze).

De doorstromingsvoorwaarden worden door het decanaat aan de HAVO-5 leerlingen bekend gemaakt en worden gepubliceerd in de schoolgids.


Toelating

Voor een juiste plaatsing in de brugklas wordt uitgegaan van de volgende gegevens:
Het leerlingvolgsysteem (de Friese plaatsingswijzer);

  • Aanvullend advies van de basisschool;
  • De wens van de ouders en de leerling.
  • Toelating in een ander leerjaar

Leerlingen die van een andere school instromen worden in dezelfde afdeling geplaatst als op de vorige school. Bij toelating aan het begin van het schooljaar zijn het overgangsrapport en het daarbij afgegeven advies bepalend voor de plaatsing. Het advies van de vorige school wordt overgenomen.