Home
Voor leerlingen
Leerlingenstatuut
Voor leerlingen
Leerlingenstatuut
LEERLINGENSTATUUT
RSG MAGISTER ALVINUS
SNEEK
RSG MAGISTER ALVINUS
SNEEK
Leerling zijn op de RSG, betekent dat je je houdt aan de rechten en plichten volgens het Leerlingenstatuut. In het kort komt het er op neer dat alle leerlingen zich houden aan de volgende regels:
- Meewerken aan een goede sfeer en een veilige- leer en werkomgeving:
- Rustig gedragen en niet duwen en stoeien in het gebouw;
- Fatsoenlijk taalgebruik, geen pesterijen en bedreigingen;
- (dit geldt ook voor computergebruik)
- Geen ruzie of vechtpartijtjes
- Niet onder invloed van alcohol of drugs en geen wapens;
- Zorgen voor een schone en nette school.
I Algemeen |
art. | blz. |
| Waarom een leerlingenstatuut? | 1 | 2 |
| Enkele begrippen | 2 | 2 |
| Leerlingenstatuut | 3 | 3 |
II Artikelen betreffende het onderwijs |
||
| Algemene regels | 4 | 3/4 |
| Ziekmeldingen/ afwezigheid | 5 | 5 |
| Ongeoorloofde afwezigheid | 5a | 5 |
| Huiswerk | 6 | 5 |
| Proefwerken, cijfers e.d. | 7 | 6 |
| Straffen en maatregelen | 8 | 7 |
| Schorsing van een leerling | 9 | 7 |
| Time-out Voorziening | 10 | 7 |
| Verwijderen van een leerling | 11 | 8 |
| Klassenvertegenwoordiging | 12 | 8 |
III Artikelen over persoonlijke zaken |
||
| Schoolmaatschappelijk Werk | 13 | 9 |
| Veiligheid | 14 | 9 |
| Ongewenste intimiteiten en gedrag | 15 | 9 |
| Vrijheid van meningsuiting | 16 | 9 |
| Privacybescherming | 17 | 9 |
| Recht op informatie | 18 | 9 |
IV Diversen |
||
| Buitenschoolse activiteiten | ||
V Handhaving van het statuut |
||
| Onenigheid over de uitvoering | 20 | 9 |
| Commissie van beroep | 21 | 10 |
Deel I Algemeen Artikel 1 Waarom een leerlingenstatuut?
om de rechten en plichten van de leerling duidelijk te laten zijn.
Het onderwijs op de RSG is gebaseerd op de volgende algemene uitgangspunten: De RSG Magister Alvinus is een school voor openbaar onderwijs, gericht op het bieden van mogelijkheden tot ontplooiing en ontwikkeling van alle groepen in de samenleving. Het is een ontmoetingsschool waarbinnen de geestelijke vrijheid van een ieder is gewaarborgd.
Dat betekent dat leerlingen recht hebben op onderwijs met uitleg, oefenmogelijkheden en begeleiding op niveau. Met vrijheid van meningsuiting en vrijheid van uiterlijk en dat onderwijs wordt geboden in een veilige leeromgeving.
Daarnaast hebben de leerlingen de plicht de algemene regels van de school te volgen, respect op te brengen voor de ander en zich in te spannen om de lessen zo goed mogelijk te laten verlopen.
De leerling heeft verder te maken met het huishoudelijk-reglement en soms met het reglement voor de medezeggenschapsraad. In de gevallen waarin dit statuut niet voorziet of waar dit statuut in strijd is met andere reglementen beslist de rector.
Zie ook het onderdeel REGLEMENTEN in de schoolgids.
Artikel 2 Enkele begrippen
- School: scholengemeenschap voor VWO, HAVO, VMBO en LWOO.
RSG Magister Alvinus te Sneek. Hieronder valt het schoolgebouw, maar ook de plaatsen waar je bent i.v.m. school (sportvelden, excursies, schoolfeesten, e.d.); - Bevoegd gezag: het bestuur van de Stichting RSG Magister Alvinus;
- Schoolleider: de rector;
- Schoolleiding: de directie, teamleiders en diensthoofden
- Personeel: het aan de school verbonden onderwijzend, onderwijsondersteunend personeel en de schoolleiding;
- Leerlingen: alle leerlingen van de school;
- Ouders: de ouders, voogden of verzorgers van de leerlingen;
- Medezeggenschapsraad: de medezeggenschapsraad (MR) als bedoeld in artikel 3 van de wet op de Medezeggenschapsraad;
- Geleding:de MR bestaat uit twee geledingen. De ouders en leerlingen vormen één deel, het personeel het andere deel;
- Subgeleding: een deel van een geleding. Zo bestaat de geleding ouders/leerlingen uit de subgeleding ouders en de subgeleding leerlingen. De geleding personeel bestaat uit de subgeledingen onderwijzend personeel (OP) en onderwijsondersteunend personeel (OOP).
- Doel van het statuut is het verzamelen, vaststellen en nader uitwerken van de rechten en plichten van leerlingen.
- Het statuut is bindend voor leerlingen, personeel en ouders.
- Het statuut wordt vastgesteld door het bestuur en voorgelegd aan de ouder/leerling geleding van de MR ter instemming (art. 24 lid 3b MR-reglement).
- Het statuut kan gewijzigd worden. Daartoe legt het bestuur de voorgestelde wijziging voor aan de MR op grond van het onder lid 3 genoemde artikel.
- Het statuut ligt ter inzage in de mediatheek en de leerlingenkantines, de personeelskamer, en bij de directie. Deze versie van het statuut treedt in werking per 1 augustus 2007 . Met dit statuut vervallen alle voorgaande.
Deel II Artikelen betreffende het onderwijs
Artikel 4 Algemene regels
Als leerling dien je mee te werken aan een zo goed mogelijk verloop van de lessen en de algemene werkbaarheid in de gebouwen. Je wordt geacht:
- Op tijd in de les te zijn en zo spoedig mogelijk na de leswisseling;
- Tijdens de pauzes de lokalen te verlaten en je niet onnodig in de gangen op te houden;
- De les niet te verlaten voor het belsignaal geklonken heeft, ook niet in het geval van een proefwerk of een schriftelijke overhoring;
- Geen mobiele telefoons of aanverwante apparatuur te gebruiken in het gebouw, anders dan in de kantine (in de lokalen dus uit). In de toetsruimte mag deze apparatuur niet aanwezig zijn. Bij misbruik wordt de telefoon ingenomen en tot 15.45 uur in beslag genomen;
- Geen kleding of accessoires te gebruiken die een deel van het gelaat bedekken of verminderd zichtbaar maken. Dit om te voorkomen dat de communicatie tussen personen in de school bemoeilijkt kan worden;
- Niet het schoolgebouw te verlaten op tijden dat je les hebt zonder uitdrukkelijke toestemming van de teamleider;
- Niet te roken in de schoolgebouwen;
- Geen verdovende middelen en/of alcohol te gebruiken of in bezit te hebben in of bij de school, noch onder invloed van deze middelen de lessen bij te wonen.
- Uitsluitend te eten en te drinken in de kantines of andere daarvoor bestemde ruimten. Het gebruik van kauwgom is in de school niet toegestaan;
- Geen vernielingen of beschadigingen aan te richten aan materialen van school of medeleerlingen;
- De gebruikersovereenkomst ICT na te leven. Dat wil zeggen dat je werkt met de apparatuur ( hardware en software) volgens de regels en richtlijnen voor gebruik van ICT-apparatuur zoals beschreven in de D.N.O. voor de RSG Magister Alvinus, ter inzage in de CP-lokalen en in de Mediatheek.
- Deze richtlijnen komen er in grote lijnen op neer dat de gebruiker:
- geen eigen meegebrachte programmatuur e.d. gebruikt zonder overleg met de lokaalassistent of systeembeheerder. Een afspraak hierover met docenten is dus niet voldoende!
- zelf niets op de apparatuur installeert;
- zelf niets verandert aan de configuratie van de apparatuur;
- niets aansluit op de apparatuur zonder overleg met de lokaalassistent of systeembeheerder;
- aanwijzingen van de beheerder van de ruimte zonder meer opvolgt;
- alleen uitprint na toestemming van de lokaalassistent, toestemming van een docent is niet voldoende!
- niet op “verboden sites” rondsurft;
- zich houdt aan de huisregels die zijn opgehangen in de diverse ICT-ruimten;
- Mede zorg te dragen voor de orde en netheid van de lokalen en andere ruimten in en bij de school. In de kantine wordt - volgens een rooster - door de leerlingen na de pauzes corvee gedaan.
- Geen wapens, of voorwerpen die als zodanig dienst kunnen doen, mee te nemen naar school en/of in je bezit te hebben op school
- Geen berichten op papier, elektronisch of op een andere wijze te verspreiden namens een ander, noch berichten anoniem te versturen.
- Geen berichten op papier, elektronisch of op een andere wijze te verspreiden met een discriminerend, haatdragend of kwetsend karakter.
- Niet zonder toestemming van de docent of lokaalbeheerder wijzigingen aan te brengen aan - plaats van - meubilair, zonweringen e.d.
- Je bij de teamleider of diens vervanger te melden indien je uit de les of een werkruimte bent verwijderd. Het is de docent niet toegestaan leerlingen langer dan voor één les te verwijderen.
- Ziekmeldingen moeten vóór 9.00 uur telefonisch worden doorgegeven aan de receptie, via het centrale nummer van de school. (0515-429760)
- Bij terugkeer op school dient de leerling een herstelbriefje mee te nemen van de ouders.
- De school gaat ervan uit dat de leerling ziek is totdat er een herstelmelding van de ouders is ontvangen.
- Als een leerling, bijvoorbeeld door ziekte, eerder naar huis wil, dan moet hij zich afmelden bij de receptie of leerlingenadministratie.
- Bij bijzondere omstandigheden (bijvoorbeeld een huwelijksfeest) kunnen ouders schriftelijk verlof aanvragen bij de leerlingenadministratie
- Leerlingen die absent zijn worden genoteerd in het administratiesysteem ‘Magister’. Ouders kunnen deze informatie via internet inzien.
- Tussenuren worden gezien als studie-uren waarin de leerling zijn tijd besteed aan schoolwerkzaamheden. Hiervoor zijn de mediatheek en andere studieplekken beschikbaar.
- Bus– en treinpassen kunnen worden verstrekt onder de volgende voorwaarden:
- Indien nodig aan het begin van de dag of voor de lessen na 14.00 uur;
- Als de bus/trein maar 1 x per uur rijdt;
- Schriftelijk door de ouders aan te vragen bij de leerlingenadministratie;
- Indien noodzakelijk i.v.m. de les kan de docent de bus-/treinpas weigeren.
Ouders van leerlingen die ongeoorloofd afwezig zijn geweest, zullen daarover een brief ontvangen van de leerlingenadministratie. Indien desondanks sprake blijft van ongeoorloofde afwezigheid, zullen de ouders/verzorgers en de leerling worden uitgenodigd op school voor een gesprek met de teamleider.
Artikel 6 Huiswerk
Ouders kunnen voor leerlingen van de onderbouw bij de leerlingenadministratie schriftelijk een huiswerkpas aanvragen als het huiswerk om een geldige reden niet gemaakt kon worden. Dit geldt niet voor verjaardagen, clubweekenden etc.
Artikel 7 Proefwerken, cijfers e.d.
- Proefwerken worden afgenomen volgens per leerjaar geldende proefwerkroosters (niet in alle leerjaren). Per dag is er maximaal 1 proefwerk, in de bovenbouw zijn er soms 2 proefwerken per dag. In een proefwerkweek gelden deze regels niet.
- Het minimaal aantal cijfers voor proefwerken en/of werkstukken per cijferperiode per vak is 2. toetsen staat voor werkstukken, onderzoeken, etc.) (proefwerken staat voor de bekende vorm; in één les vragen beantwoorden over een stuk bestudeerde stof)
- De docenten dienen de leerstof voor een proefwerk tenminste een week van tevoren op te geven aan de leerlingen.
- Leerlingen in de Tweede Fase en de bovenbouw van het VMBO hebben te maken met het 'Programma van Toetsing en Afsluiting' (PTA). In het PTA staat beschreven wat de leerlingen voor de verschillende vakken moeten doen. In het PTA staat ook de weging van de verschillende toetsen en de overgangsnormen. Waar regelingen in het leerlingenstatuut strijdig zijn met het PTA, geldt de tekst van het PTA.
- Er dient duidelijk onderscheid te zijn tussen schriftelijke overhoringen en proefwerken, zowel qua weging als qua omvang van de leerstof.
- Docenten stellen de leerlingen uiterlijk binnen 10 werkdagen na het gemaakte werk in kennis van het resultaat. Leerlingen en ouders/verzorgers hebben recht op teruggave van het gemaakte werk en op bespreking van de gemaakte fouten.
- Het resultaat van een mondelinge overhoring wordt meteen meegedeeld.
- Indien de resultaten te wensen overlaten kan de docent zelfstandig tot een herkansing besluiten. Daarbij dient duidelijk afgesproken te worden wat de condities zijn. Ook als leerling kun je, bij een resultaat van 5.4 of minder door de helft of meer van de leerlingen van de klas een herkansing vragen. In het geval de docent weigert, kun je bij de rector in beroep gaan. De rector beslist, de docent gehoord hebbende.
- Op het rapport wordt gewerkt met een voortschrijdend gemiddelde Het voortschrijdend gemiddelde wordt gedurende het jaar op 1 decimaal nauwkeurig vastgesteld. Het overgangsrapport wordt afgerond op een heel getal.
- Gegeven cijfers mogen normaal gesproken alleen gebaseerd zijn op geleverde prestaties. Blijft de leerling in gebreke omdat hij de proefwerken niet maakt dan dient de docent de teamleider in te lichten. (uitzondering: In geval van fraude of nalatigheid is het mogelijk dat cijfermatige maatregelen genomen worden).
- Voor de klassen VWO4/5/6, HAVO4/5 en VMBO 3/4 wordt na elke toets- periode een rapportage naar de ouders verstuurd (zie PTA). In de onderbouwklassen wordt het voortschrijdend gemiddelde 1 x per twee weken aan de ouders/verzorgers gerapporteerd.
- Voor overgangsnormen zie de schoolgids of het PTA.
- Indien nieuwe informatie ter tafel komt na een beslissing van niet overgaan, kan een leerling op de revisievergadering nogmaals ter sprake worden gebracht.
- Er zijn diverse straffen mogelijk: waarschuwing, strafwerk, nablijven, uit de klas gestuurd worden, corvee, cijfermatige straffen (uitsluitend bij fraude t.a.v. repetities e.d.), uren inhalen bij spijbelen, ontzegging van de toegang tot enkele lessen (uitsluitend door de teamleider of de rector), ontzegging van voorzieningen (b.v. computers, mediatheek of werkruimtes) bij misbruik, geschorst worden voor één of meer dagen en van school verwijderd worden.
- Altijd geldt dat de straf in verhouding moet staan tot het vergrijp.
- Lichamelijke straffen zijn niet toegestaan.
- In bepaalde gevallen (b.v. seksuele intimidatie, drugs, vuurwerk en computercriminaliteit) wordt melding gemaakt, dan wel aangifte gedaan bij de politie.
De school volgt het gemeentelijk schorsing- en verwijderingbeleid. Door middel van een preventieve aanpak, wordt getracht schorsing en verwijdering zoveel mogelijk te voorkomen..
Maatregelen:
- Ouders worden ingelicht.
- Bij een eerste schorsing wordt in de schorsingsbrief vermeld dat deze in afschrift naar de leerplichtambtenaar wordt verstuurd.
- Er vindt een gesprek met de ouders plaats.
- Leerlingen moeten de door de schorsing gemiste tijd inhalen in hun vrije uren. Bij een tweede schorsing vindt er overleg plaats met de leerplichtambtenaar. Dat kan leiden tot een gesprek
- tussen leerplichtambtenaar en ouders en/of een gesprek tussen de ambtenaar en leerling.
- De leerplichtambtenaar sluit eventueel een contract af met de ouders en de leerling.
In voorkomende gevallen kan een leerling worden aangemeld bij de time-out voorziening van Fultura. Deze tijdelijke uitschoolplaatsing is veelal gericht op terugkeer naar de eigen school. Terugkeer naar de eigen of een nieuwe/andere school kan eventueel gepaard gaan met een contract dat opgesteld wordt door de leerplichtambtenaar en besproken wordt met ouders en leerling. Voor terugkeer is ambulante begeleiding van Fultura mogelijk.
Artikel 11 Verwijderen van een leerling
In geval van verwijdering zoekt de school in samenwerking met de leerplichtambtenaar een andere school. (zie ook artikel 27 WVO)
Overplaatsing naar een andere school kan eventueel op contractbasis gebeuren. Er is dan sprake van een proefperiode.
In enkele gevallen is er bij een leerling plotseling sprake van dusdanig probleemgedrag, dat de school meteen overgaat tot het verwijderen van deze leerling. Preventieve maatregelen om verwijderen te voorkomen zijn dan niet meer aan de orde. In dergelijke gevallen worden ouders en leerplichtambtenaar ingelicht en wordt samen met laatstgenoemde gezocht naar een oplossing.
Artikel 12 Klassenvertegenwoordiging
Aan het begin van het schooljaar kiest iedere klas onder begeleiding van de mentor een eigen klassenvertegenwoordiger. Deze klassenvertegenwoordiger onderhoudt het contact tussen de leerlinggeleding van de MR en zijn klas en zal de klas ver- tegenwoordigen bij verschillen van mening met het personeel van de school;
Deel III Artikelen over persoonlijke zaken
Artikel 13 Schoolmaatschappelijk Werk
Als je als leerling wilt spreken over persoonlijke zaken dan kun je terecht bij je mentor of een docent waar je het goed mee kunt vinden. Heb je behoefte aan meer ondersteuning dan kun je terecht bij de schoolmaatschappelijk werker van de school.
Artikel 14 Veiligheid
- Van het personeel mag worden verwacht, dat zij al het mogelijke doet om de veiligheid tijdens de (praktijk)lessen te waarborgen. Veiligheidsvoorschriften worden besproken en toegelicht.
- Als leerling ben je verplicht de veiligheidsvoorschriften stipt op te volgen. Bij alle handelingen tijdens een (praktijk)les moet je zowel op je eigen als op andermans veiligheid letten.
- Het bewaken van de veiligheid kan o.a. bij lichamelijke opvoeding fysiek contact ten gevolg hebben. Als dit door de leerling als ongewenst wordt ervaren, overleggen de docent en de leerling onderling of het fysiek contact kan worden verminderd.
- Een leerling heeft er recht op als persoon met respect en eerbiediging van zijn integriteit tegemoet te worden getreden. Indien de leerling zich gekwetst voelt door ongewenste seksueel \getinte aandacht, zowel non-verbaal als verbaal als fysiek, opzettelijk of onopzettelijk gegeven (door medeleerlingen als ook door personeel), kan hij zich wenden tot de onder 2 en 3 genoemde personen.
- In het kader van "ongewenste intimiteiten" zijn er voor het onderwijs enkele inspecteurs aangesteld. Naam en telefoonnummer van onze vertrouwens-inspecteur vind je in de schoolgids, in het deel PERSONALIA
- De school is aangesloten bij de Landelijke Klachten Commissie (LKC). Deze commissie kan op grond van art. 14, lid 1 en 2 en art. 19, lid 3 geraadpleegd worden.
Iedere leerling heeft recht op vrijheid van meningsuiting en vergadering, mits hierbij andere mensen in hun waarde worden gelaten.
Artikel 17 Privacybescherming
Iedere leerling heeft recht op bescherming van privacy. In de praktijk betekent dit dat zorgvuldig wordt omgegaan met persoonsgegevens en dat deze niet worden verstrekt aan derden.
Artikel 18 Recht op informatie
Als leerling heb je recht op informatie; d.w.z. inzage in de gegevens die van je worden bewaard.
Deel IV Diversene
Artikel 19 Buitenschoolse activiteiten
Zie hiervoor de schoolgids.
Deel V Handhaving van het statuut
Artikel 20 Onenigheid over de uitvoering van dit statuut
- Als je het idee hebt dat iemand niet goed omgaat met de regels in dit statuut, dan kun je de desbetreffende persoon vragen zijn gedrag alsnog in overeenstemming met het statuut te brengen.
- Als dit niet tot de gewenste verbetering leidt kun je je mentor vragen of hij wil bemiddelen. Als dit niet binnen 3 dagen een oplossing brengt kun je je klacht aan de schoolleiding voorleggen. Mocht ook dat geen vruchten afwerpen dan kun je contact opnemen met de contactpersoon van de 'interne commissie van beroep', (te bereiken via het directiesecretariaat van de school, tel. 0515-429762)
- Tenslotte is er nog de mogelijkheid om de onenigheid voor te leggen aan de Landelijke Klachten Commissie. Contactpersoon daarvoor is de heer R.A. Veenhoven, plaatsvervangend rector.
- De commissie van beroep kan iedere klacht betreffende vermeend, onjuiste of onzorgvuldige toepassing van het leerlingenstatuut in behandeling nemen.
- De commissie van beroep bestaat uit twee docenten, twee leerlingen en één ouder.
- De leden van de commissie van beroep worden jaarlijks, vóór 15 september benoemd door de rector. Deze benoeming wordt ter instemming voorgelegd aan de MR. Op dezelfde wijze wordt voor ieder lid een plaatsvervanger benoemd.
- Op verzoek van één der partijen of op eigen verzoek kan een lid van de commissie van beroep zich terugtrekken uit een zaak.
- De commissie van beroep wijst uit haar midden een voorzitter en een contactpersoon aan.
- Een klacht moet schriftelijk worden ingediend bij de commissie van beroep. Dit kan individueel of door een groep. De commissie moet de klacht behandelen..
- Partijen mogen de klacht mondeling toelichten en mogen getuigen oproepen.
- De zitting is openbaar, tenzij één van de partijen verzoekt om achter gesloten deuren te vergaderen.
- De commissie van beroep kan een klacht gegrond, ongegrond of gedeeltelijk gegrond verklaren.
- De rector bepaalt of de uitvoering van besluiten waartegen het beroep is aangetekend al dan niet wordt opgeschort.
- De uitspraak van de commissie van beroep volgt binnen 10 dagen na het indienen van de klacht en is voor de betrokken partijen bindend.
- Zonodig neemt de rector passende maatregelen n.a.v. de uitspraak van de commissie van beroep.









