Home
Onderwijs
Onderwijsbeleid
Maatschappelijke stage
Onderwijs
Onderwijsbeleid
Maatschappelijke stage
INVOERINGSNOTITIE MAATSCHAPPELIJKE STAGE

Oktober 2009
E.Zeevenhooven
Inhoudsopgave
1. Inleiding
Het huidige kabinet heeft de maatschappelijke stage (MaS) verplicht gesteld. Dat betekent dat alle leerlingen die in 2011 het voortgezet onderwijs instromen, tijdens hun opleiding 72 uur maatschappelijke stage lopen. Het doel van de maatschappelijke stage is jongeren meer te betrekken bij de samenleving. Leerlingen laten kennismaken met vrijwilligerswerk en iets doen voor een ander zonder dat je er voor betaald krijgt. Daarnaast heeft de maatschappelijke stage een positief effect op het vergrijzend vrijwilligersbestand. Het zijn wellicht de vrijwilligers van de toekomst.
Het uitgangspunt van het kabinet is dat de invoering van de maatschappelijke stage geen zware verantwoordingslast met zich meebrengt. Scholen zijn grotendeels vrij om zelf invulling te geven aan de stage en leerlingen ruimte te geven voor eigen initiatief.
Tot 2011 worden scholen gefaciliteerd om de invoering van de stage als een groeimodel te laten verlopen en van het ontwikkelen van een regionaal netwerk met verschillende partijen.
Friese pilot Maatschappelijke stage
In september 2008 zijn landelijk 20 pilots van start gegaan. Deze pilots, een initiatief van OCW zijn extra stimuleringsprojecten met als doel om de invoering van de maatschappelijke stage te stimuleren. Friesland is één van de grootste pilots, alle VO scholen zijn deelnemer en alle vrijwilligerscentrales hebben de rol van stagemakelaar op zich genomen. In totaal gaan ruim 7000 leerlingen op maatschappelijke stage. Veel scholen grijpen de kans om deze extra financiële bijdrage in te zetten in het opzetten van de MaS in de schoolorganisatie. Ook de RSG laat deze kans niet voorbij gaan.
2. Wat is maatschappelijke stage?
Maatschappelijke stage is een vorm van leren, grotendeels buiten de school waarbij leerlingen in aanraking komen met vrijwilligerswerk of met maatschappelijke projecten. Het doel van de stage is om de maatschappelijke betrokkenheid bij jongeren te vergroten. Jongeren maken kennis met de samenleving en zetten is zich belangeloos in voor een ander.
De maatschappelijke stage valt onder onderwijstijd. Het is aan de school om een keuze te maken hoe en wanneer de stage wordt uitgevoerd. De maatschappelijke stage is niet een beroepsgerichte stage. Tijdens een beroepsgerichte stage oriënteert de leerling zich op een toekomstige beroepskeuze. De inhoud van de stage bepaalt of de stage voldoet aan de criteria van de maatschappelijke stage (bijlage I)
De maatschappelijke stage kan op verschillende manieren bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen:
Leerlingen ervaren dat de stage bijdraagt aan hun persoonlijke ontwikkeling:
De stages zijn er in allerlei verschijningsvormen: snuffelstage, een actiedag of projectweek, blokstage, lintstage en estafettestage (bijlage II). De keuze van stagevorm is een afstemming tussen school en de maatschappelijke organisaties. Waar kiest de school voor, wat zijn de mogelijkheden binnen de schoolorganisatie en wat is het aanbod vanuit het maatschappelijke veld?
Een snuffelstage of een actiedag zien we vaak in de eerste leerjaren, duren vaak maximaal 1 dag en zijn meestal in groepsverband. Lint- en estafettestages zijn meer geschikt voor de oudere leerling. Deze stages zijn individueel of in kleine groepjes. Projectweken en blokstages duren meerdere dagen achtereen en vallen meestal onder lestijd.
De school als samenleving biedt ook mogelijkheden voor een maatschappelijke stage. Stages die binnen de school kunnen worden uitgevoerd zijn bijvoorbeeld: deel uitmaken van de redactie van een schoolkrant (website), peer-mediation, lid zijn van de leerlingenraad, verzorgen van workshops voor andere leerlingen, bieden van huiswerkondersteuning.
3. Visie op maatschappelijke stage en actief burgerschap
De RSG onderschrijft het belang van de maatschappelijke stages voor haar leerlingen. De maatschappelijke stage past goed bij de visie "met elkaar" en draagt bij in de ontwikkeling van het pedagogisch klimaat in school. Een belangrijk aspect daarbij is dat de leerling zelf sturing kan geven aan de inhoud van de stage en dat de leerling kennis maakt met verschillende soorten stages.
De RSG vindt het belangrijk dat het karakter van het vrijwilligerswerk behouden blijft en dat de uitvoering geen bureaucratie met zich meeneemt.
De RSG vindt dat de maatschappelijke stage bij uitstek een activiteit is, die positief bijdraagt aan de burgerschapvorming van leerlingen. Actief burgerschap gaat over diversiteit, acceptatie en bijdragen aan de zorg voor je omgeving. Leerlingen leren zowel binnen als buiten de school hoe mensen samen werken en leven. Ze worden zo voorbereid op een volwaardige deelname aan onze samenleving.
De RSG vindt het belangrijk dat de opbrengsten uit de maatschappelijke stage actief wordt uitgedragen naar onze omgeving en samenleving. Op deze wijze laat de RSG zien dat de school actief deelneemt aan de samenleving en neemt haar taak hier serieus.
4. Van experimenteren naar invoering.
In juni 2006 is de RSG gestart met de maatschappelijke stage voor leerlingen in het VMBO (GT3). Deze leerlingen hebben de opdracht om minimaal 35 stage-uren te maken. Uit het aanbod van vacatures op de bemiddelingswebsite (www.keiindemaatschappij.nl ) maken ze zelf een keus of vinden zelf een stageplaats. De leerlingen houden een logboek bij en ontvangen na de afronding van hun stage een certificaat.
In het schooljaar 2008-2009 zijn de stages van start gegaan in het 3e leerjaar van de HAVO en VWO. Beide afdelingen zijn begonnen met een projectweek van 3 dagen waarbij leerlingen een keus konden maken uit een twintigtal projecten of klussen.
Alle leerlingen van zowel het VMBO als de leerlingen van HAVO en VWO worden op hun stage voorbereid door een introductieles en een gastles.
De stage zoals deze nu in het VMBO wordt georganiseerd wordt lintstage genoemd en in HAVO en VWO is dat in de vorm van een projectweek. In bijlage III wordt de uitvoering van de stage nader weergegeven.
De komende jaren worden de stages verder uitgebreid. De uitbreiding beweegt zich in twee richtingen, namelijk: de stage wordt in meer afdelingen ingevoerd en het aantal stage-uren groeit uit naar 48 uur voor vmbo, 60 uur voor havo en 72 uur voor vwo.
Uitgangspunten voor de verdeling van de stage uren zijn:
Stagedossier
In het stagedossier worden de stages geregistreerd die de leerling heeft gelopen. Een stage wordt geregistreerd indien het logboek (lintstage en projectweek) en/of MaS-urendeclaratie (vrije ruimte) volledig is ingevuld en is ondertekend door de stagebegeleider of stagecoördinator.
Het stagedossier vermeldt het aantal uren en de naam van de organisatie waar deze uren zijn gerealiseerd en welke werkzaamheden zijn verricht .
De opbouw van het stagedossier kan per leerling variëren. Uit ervaring van de afgelopen jaren blijkt dat het aantal uren per stageplaats sterk kan variëren. Het is moeilijk om aan een lintstage of een projectweek een vast aantal uren te koppelen. Daarbij krijgt de school te maken met leerlingen die gaan verhuizen, die ziek zijn geweest, overstappen naar een andere afdeling etc.
In de onderbouw ontvangt elke leerling aan het einde van het schooljaar een overzicht van het stagedossier.
In de onderbouw kunnen al uren van de bovenbouw worden ingevuld. Dit kan bijvoorbeeld door bestaand vrijwilligerswerk te laten registreren. Een leerling kan maximaal de uren van de vrije ruimte registeren als bestaand vrijwilligerswerk. Immers, met uitzondering van de lintstage vallen de overige stages onder lestijd.
Aan het einde van het 3e leerjaar is er een eerste beoordeling van het stagedossier. Indien de leerling niet voldoet aan het minimum aantal stage-uren kan de leerling niet bevorderd worden naar het 4e leerjaar. De leerling wordt verzocht om de uren die hij/zij tekort komt voor aanvang van het nieuwe schooljaar te hebben gelopen. Tijdens de zomervakantie kan de leerling stage lopen waarbij de stagemakelaar de rol waarneemt van de stagecoördinator.
De leerling moet voldoen aan het aantal uren stage en deze voldoende doorlopen.
5. De organisatie van de maatschappelijke stage
De invoering van de maatschappelijke stage is een complexe opdracht. Er zijn verschillenden partijen bij betrokken, zowel binnen als buiten de school. De invoering van de MaS betekent bouwen aan een nieuwe infrastructuur van samenwerken.
Bij het afstemmen met verschillende partijen is het noodzakelijk dat er een goede relatie is. Een goede relatie heeft met het tweede aspect te maken, namelijk de communicatie. Om je doelen te bereiken is een goede communicatie noodzakelijk.
Extern
Sinds september 2006 neemt de RSG deel aan een regionaal samenwerkingsverband. Er wordt samengewerkt met alle 8 VO scholen in Zuidwest Friesland en de stagemakelaar Timpaan. De stagemakelaar stemt vraag en aanbod op elkaar af en is o.a. verantwoordelijk voor het creëren van voldoende plaatsen. De stagemakelaar is als het ware de spin in het web. Sinds november 2008 is deze samenwerking tussen scholen en Timpaan vastgelegd in een convenant (bijlage V).
De kosten van de stagemakelaar worden voor 50% gefinancierd door de Gemeente Sneek en de andere helft door de deelnemende scholen. Voor dit doel ontvangt de gemeente Sneek gelden van OCW en VWS.
We zien de afgelopen jaren een enorme groei van leerlingen die maatschappelijke stage gaan lopen. In 2007 was het aantal 600, in 2009 is dit aantal gegroeid naar 1200. De verwachting is dat binnen een aantal jaren ongeveer 2000 leerlingen per jaar stage lopen in Zuidwest Friesland.
Om de kwaliteit en de duurzaamheid bij deze groei te kunnen garanderen is een goede regionale samenwerking onontbeerlijk.
In de praktijk betekent dit o.a. het versterken van de relatie met de maatschappelijke organisaties en oog hebben voor knelpunten zoals de begeleiding op de stageplaats.
De RSG is zich bewust dat hier een belangrijke taak ligt voor de school en zal ook daar waar mogelijk is haar expertise op het gebied van begeleiding inzetten. Het opzetten van een poule met oud-docenten voor de begeleiding van leerlingen kan een optie zijn. Maar ook het betrekken van ouders bij de maatschappelijke stage kan interessant zijn.
De meeste leerlingen vinden een stageplaats via de bemiddelingswebsite www.keiindemaatschappij.nl, een site die speciaal voor dit doel is ontwikkeld. Leerlingen kunnen hier een keuze maken uit een gevarieerd aanbod van stageplaatsen. De website is een handig instrument en ondersteunt de stagecoördinator bij de uitvoering van de stage. Zo zien leerlingen bijvoorbeeld alleen klussen die of in de buurt zijn van de school of in de woonplaats van de leerling. En het is de stagecoördinator die zijn fiat geeft aan de match.
Intern
Een veel gebruikte uitspraak van staatsecretaris van Bijsterveldt, is dat ze waarschuwt voor bureaucratie in de uitvoering van de maatschappelijke stage. Het gevaar is reëel. De school begint met experimenteren en start met een paar klassen. Er ontwikkelt zich een bepaald systeem. Het systeem werkt, het aantal leerlingen neem toe en na een aantal jaren blijkt dat de maatschappelijke stage een enorme administratieve last met zich meebrengt of gaat knellen met andere zaken in de organisatie.
De RSG vindt het belangrijk dat de uitvoering praktisch en helder verankerd is in de schoolorganisatie. Met praktisch wordt bedoeld dat het werkbaar is. Een paar leerlingen die buiten de normale procedure zijn geraakt mag de organisatie niet onevenredig veel tijd gaan kosten omdat zaken alsnog geregeld dienen te worden. Helder wil zeggen dat alle medewerkers weten hoe de maatschappelijke stage in de RSG werkt. De betrokkenheid onder medewerkers is hoog. En dat kan ook niet anders want de MaS is op allerlei manieren zichtbaar aanwezig in de school.
In de schoolorganisatie spelen drie aspecten een rol: de organisatie, de financiën en de communicatie.
Organisatie
De ervaring van de afgelopen jaren heeft een aantal knelpunten in beeld gebracht. Bijvoorbeeld de MaS een plaats geven in het rooster is met de komst van de modules en de sportaccentklas een stuk lastiger geworden. En hoe krijg je 86 stageovereenkomsten weer ingevuld en getekend retour? Of hoe ga je om met die vrijwilliger die zich beklaagt dat een leerling zo zonder voorbereiding op stage gestuurd, terwijl je weet dat deze leerling het hele voorbereidingstraject heeft doorlopen?
Voortdurend stel je jezelf de vraag: hoe kan ik het eenvoudiger of anders organiseren zodat ik niet weer dezelfde vraagstukken tegenkom. Op het moment dat procedures zijn vastgelegd zijn er alweer aanpassingen.
Bij verdere invoering van de Mas in de organisatie zal de nadruk worden gelegd op onderstaande punten
De administratieve kracht maakt deel uit van de werkgroep. Deze bewuste keuze is gemaakt omdat naast de administratieve ondersteuning, de administratieve kracht haar expertise kan inzetten m.b.t. het digitaliseren van processen, vanwege de continuïteit in de werkzaamheden en het verhogen van de bereikbaarheid voor externe organisaties en leerlingen. Dit jaar hebben ruim 270 RSG leerlingen stage gelopen. Vanaf 2011 zal dit aantal uitgroeien naar ongeveer 700 leerlingen. Tegen die tijd zal een MaS-bureau een prominente plaats moeten hebben in de school.
Financiën
Voor de financiering van de MaS ontvangt de school jaarlijks een aanvullende bekostiging van OCW. In het schooljaar 2008-2009 bedroeg de bijdrage € 28 per telleerling en in 2011-2012 zal dit bedrag zijn gestegen tot € 105 per telleerling. In onderstaande tabel staan de OCW bedragen en de extra subsidie uit de Friese Pilot. Het bedrag van de Friese Pilot is gebaseerd op een opgave van 280 leerlingen. Deze leerlingen lopen minimaal 30 uur stage in 2008-2009. De school ontvangt hiervoor € 100 per leerling.
De kosten van de maatschappelijke stage bestaan hoofdzakelijk uit bemiddelingskosten van de stagemakelaar en personeelskosten.
Het bemiddelingstarief van de stagemakelaar Timpaan wordt jaarlijks vastgesteld. De totale kosten van de stagemakelaar word na aftrek van de bijdragen van Gemeenten uit de Zuidwesthoek, omgeslagen per leerling. Voor 2008-2009 is het bedrag vastgesteld op € 35 per leerling (Bijlage VI)
In dit bedrag zijn o.a. de kosten verwerkt: van het creëren van nieuwe stageplaatsen, het geven van gastlessen, het organiseren van regiobijeenkomsten, het onderhoud van de bemiddelingswebsite. Het tarief wordt elk jaar vastgesteld en de verwachting is dat dit bedrag in de toekomst lager zal uitvallen. Mogelijk zal er een differentiatie komen op het tarief omdat niet alle scholen dezelfde diensten in toekomst zullen afnemen.
Wat de totale uitgaven zijn van de maatschappelijke stage in de school is nog niet helemaal bekend. Naast de uitgaven voor personele inzet en de bemiddelingskosten van de stagemakelaar zijn er kleine uitgaven zoals materiaalkosten, kopieerkosten en extra reiskosten die zijn gemaakt door leerlingen en medewerkers. Om tot een goede begroting te komen is op korte termijn een taakomschrijving van de werkgroep en van de werkgroepleden noodzakelijk.
Gebaseerd op de ervaringen van de afgelopen jaren is een berekening gemaakt hoeveel klokuren een stagecoördinator nodig heeft om zijn taken te kunnen doen. Voor de MaS-coördinator VMBO en HAVO/VWO komt deze berekening uit op 150 klokuren per jaar elk.(bijlage VII)
Communicatie
We kunnen de communicatie rond de maatschappelijke stage onderscheiden in het aansluiten op bestaande interne en externe communicatiestructuren en specifieke projectdoelstellingen. Met aansluiten op bestaande communicatiestructuren wordt bedoeld de vaste structuren in een organisatie: wie informeert wie of overlegt met wie, wanneer en hoe vaak.
Met specifieke projectdoelstellingen wordt bedoeld hoe je de invoering van de maatschappelijke stage vorm wilt geven. Specifieke doelstellingen zijn:
Om het draagvlak binnen de school te vergroten kunnen enthousiaste leerlingen presentaties houden over hun MaS-ervaringen tijdens teamvergaderingen. De maatschappelijke stage een zichtbare plaats geven in de school kan hier ook aan bijdragen. Op deze plaats vind je beeldmateriaal, stageverslagen en actueel nieuws over de maatschappelijke stage in RSG. Bijvoorbeeld verslagen van RSG MaS reporters. Tijdens de afgelopen projectweken hebben MaS reporters medeleerlingen geïnterviewd en zijn er foto's gemaakt.
De RSG kiest ervoor om de maatschappelijke stage gefaseerd in te voeren over een aantal jaren. Een meerjarenplanning is noodzakelijk om op het juiste moment de juiste communicatiemiddelen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken. Bovenstaande ideeën worden verder uitgewerkt in een communicatieplan.
Erna Zeevenhooven
September 2009
Bijlage I Randvoorwaarden stageplaats
Toelichting op voorwaarden
Geen familie
Een maatschappelijke stage bij familie mag niet gelden als een maatschappelijke stage. Dit zijn werkzaamheden die je normaal ook zou doen. Bij de maatschappelijke stage gaat het erom dat je echt iets voor de samenleving doet. Stage lopen bij een organisatie via een familielid mag wel. Een familielid mag geen stagebegeleider zijn.
Commerciële bedrijven/organisaties
Een commercieel bedrijf/organisatie (denk aan kledingwinkel, Rabobank, Bouwbedrijf, etc.) is in principe geen maatschappelijke stageplek. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt wanneer het gaat om extra aanvullende activiteiten die bijdragen aan een betere samenleving en die niet direct uit commercieel oogpunt uitgevoerd worden. Denk bijvoorbeeld aan een sportschool of een manege die een toernooi organiseert.
Regulier vrijwilligerswerk
Vrijwilligerswerk dat leerlingen al doen moet worden gestimuleerd. Daarom mogen ze de helft van het aantal uren, die ze volgens de school moeten stagelopen, invullen met het betreffende vrijwilligerswerk. Dit geldt ook voor "maatschappelijke klussen" die leerlingen voor de school uitvoeren. Bijvoorbeeld helpen bij een open dag, leerlingenraad of studiebuddy van een eerstejaars.
Stage buiten eigen omgeving Sommige leerlingen willen in de vakantie hun maatschappelijke stage in het buitenland of elders in Nederland lopen. Hier moeten zij de kans voor krijgen. De leerlingen mogen alleen het aantal uren dat ze werkelijk aan het werk zijn mee laten tellen. Reistijd en eventuele overnachtingen mag niet als stagetijd mee geteld worden.
Overig
Bijlage II Stagevormen
Bijlage III Overzicht uitvoering stage
Bijlage IV SWOT analyse
Bijlage V Convenant
Bijlage VI Begroting
Bijlage VII Berekening inzet MaS coördinator
l 150

Oktober 2009
E.Zeevenhooven
Inhoudsopgave
| 1. Inleiding | 3 |
| 2. Wat is maatschappelijke stage? | 3 |
| 3. Visie op maatschappelijke stage en actief burgerschap | 4 |
| 4. Van experimenteren naar invoering. | 5 |
| 5. De organisatie van de maatschappelijke stage | 7 |
| Bijlage I Randvoorwaarden stageplaats | 12 |
| Bijlage II Stagevormen | 14 |
| Bijlage III Overzicht uitvoering stage | 15 |
| Bijlage IV SWOT analyse | 16 |
| Bijlage V Convenant | 17 |
| Bijlage VI Begroting stagemakelaar 2009 | 19 |
| Bijlage VII Berekening inzet MaS coördinator | 20 |
1. Inleiding
Het huidige kabinet heeft de maatschappelijke stage (MaS) verplicht gesteld. Dat betekent dat alle leerlingen die in 2011 het voortgezet onderwijs instromen, tijdens hun opleiding 72 uur maatschappelijke stage lopen. Het doel van de maatschappelijke stage is jongeren meer te betrekken bij de samenleving. Leerlingen laten kennismaken met vrijwilligerswerk en iets doen voor een ander zonder dat je er voor betaald krijgt. Daarnaast heeft de maatschappelijke stage een positief effect op het vergrijzend vrijwilligersbestand. Het zijn wellicht de vrijwilligers van de toekomst.
Het uitgangspunt van het kabinet is dat de invoering van de maatschappelijke stage geen zware verantwoordingslast met zich meebrengt. Scholen zijn grotendeels vrij om zelf invulling te geven aan de stage en leerlingen ruimte te geven voor eigen initiatief.
Tot 2011 worden scholen gefaciliteerd om de invoering van de stage als een groeimodel te laten verlopen en van het ontwikkelen van een regionaal netwerk met verschillende partijen.
Friese pilot Maatschappelijke stage
In september 2008 zijn landelijk 20 pilots van start gegaan. Deze pilots, een initiatief van OCW zijn extra stimuleringsprojecten met als doel om de invoering van de maatschappelijke stage te stimuleren. Friesland is één van de grootste pilots, alle VO scholen zijn deelnemer en alle vrijwilligerscentrales hebben de rol van stagemakelaar op zich genomen. In totaal gaan ruim 7000 leerlingen op maatschappelijke stage. Veel scholen grijpen de kans om deze extra financiële bijdrage in te zetten in het opzetten van de MaS in de schoolorganisatie. Ook de RSG laat deze kans niet voorbij gaan.
2. Wat is maatschappelijke stage?
Maatschappelijke stage is een vorm van leren, grotendeels buiten de school waarbij leerlingen in aanraking komen met vrijwilligerswerk of met maatschappelijke projecten. Het doel van de stage is om de maatschappelijke betrokkenheid bij jongeren te vergroten. Jongeren maken kennis met de samenleving en zetten is zich belangeloos in voor een ander.
De maatschappelijke stage valt onder onderwijstijd. Het is aan de school om een keuze te maken hoe en wanneer de stage wordt uitgevoerd. De maatschappelijke stage is niet een beroepsgerichte stage. Tijdens een beroepsgerichte stage oriënteert de leerling zich op een toekomstige beroepskeuze. De inhoud van de stage bepaalt of de stage voldoet aan de criteria van de maatschappelijke stage (bijlage I)
De maatschappelijke stage kan op verschillende manieren bijdragen aan de ontwikkeling van leerlingen:
- het maakt leerlingen bewust van de noodzaak en de betekenis van vrijwilligerswerk in onze maatschappij.
- het geeft de leerlingen inzicht en kennis over en begrip voor ontwikkelingen in onze samenleving.
- het maakt leerlingen duidelijk dat ze een positieve bijdrage kunnen leveren aan hun omgeving of aan de omgeving van anderen.
- het vergroot de maatschappelijke betrokkenheid.
Leerlingen ervaren dat de stage bijdraagt aan hun persoonlijke ontwikkeling:
- het versterkt hun sociale vaardigheden.
- het vergroot hun inzicht en zelfvertrouwen doordat ze in aanraking komen met nieuwe en andere situaties.
- ze leren dat ze anderen mensen kunnen helpen en iets voor hen kunnen betekenen zonder dat zij hiervoor betaald worden
- het geeft inzicht in de praktijk van een eventuele toekomstige baan.
De stages zijn er in allerlei verschijningsvormen: snuffelstage, een actiedag of projectweek, blokstage, lintstage en estafettestage (bijlage II). De keuze van stagevorm is een afstemming tussen school en de maatschappelijke organisaties. Waar kiest de school voor, wat zijn de mogelijkheden binnen de schoolorganisatie en wat is het aanbod vanuit het maatschappelijke veld?
Een snuffelstage of een actiedag zien we vaak in de eerste leerjaren, duren vaak maximaal 1 dag en zijn meestal in groepsverband. Lint- en estafettestages zijn meer geschikt voor de oudere leerling. Deze stages zijn individueel of in kleine groepjes. Projectweken en blokstages duren meerdere dagen achtereen en vallen meestal onder lestijd.
De school als samenleving biedt ook mogelijkheden voor een maatschappelijke stage. Stages die binnen de school kunnen worden uitgevoerd zijn bijvoorbeeld: deel uitmaken van de redactie van een schoolkrant (website), peer-mediation, lid zijn van de leerlingenraad, verzorgen van workshops voor andere leerlingen, bieden van huiswerkondersteuning.
3. Visie op maatschappelijke stage en actief burgerschap
De RSG onderschrijft het belang van de maatschappelijke stages voor haar leerlingen. De maatschappelijke stage past goed bij de visie "met elkaar" en draagt bij in de ontwikkeling van het pedagogisch klimaat in school. Een belangrijk aspect daarbij is dat de leerling zelf sturing kan geven aan de inhoud van de stage en dat de leerling kennis maakt met verschillende soorten stages.
De RSG vindt het belangrijk dat het karakter van het vrijwilligerswerk behouden blijft en dat de uitvoering geen bureaucratie met zich meeneemt.
De RSG vindt dat de maatschappelijke stage bij uitstek een activiteit is, die positief bijdraagt aan de burgerschapvorming van leerlingen. Actief burgerschap gaat over diversiteit, acceptatie en bijdragen aan de zorg voor je omgeving. Leerlingen leren zowel binnen als buiten de school hoe mensen samen werken en leven. Ze worden zo voorbereid op een volwaardige deelname aan onze samenleving.
De RSG vindt het belangrijk dat de opbrengsten uit de maatschappelijke stage actief wordt uitgedragen naar onze omgeving en samenleving. Op deze wijze laat de RSG zien dat de school actief deelneemt aan de samenleving en neemt haar taak hier serieus.
4. Van experimenteren naar invoering.
In juni 2006 is de RSG gestart met de maatschappelijke stage voor leerlingen in het VMBO (GT3). Deze leerlingen hebben de opdracht om minimaal 35 stage-uren te maken. Uit het aanbod van vacatures op de bemiddelingswebsite (www.keiindemaatschappij.nl ) maken ze zelf een keus of vinden zelf een stageplaats. De leerlingen houden een logboek bij en ontvangen na de afronding van hun stage een certificaat.
In het schooljaar 2008-2009 zijn de stages van start gegaan in het 3e leerjaar van de HAVO en VWO. Beide afdelingen zijn begonnen met een projectweek van 3 dagen waarbij leerlingen een keus konden maken uit een twintigtal projecten of klussen.
Alle leerlingen van zowel het VMBO als de leerlingen van HAVO en VWO worden op hun stage voorbereid door een introductieles en een gastles.
De stage zoals deze nu in het VMBO wordt georganiseerd wordt lintstage genoemd en in HAVO en VWO is dat in de vorm van een projectweek. In bijlage III wordt de uitvoering van de stage nader weergegeven.
De komende jaren worden de stages verder uitgebreid. De uitbreiding beweegt zich in twee richtingen, namelijk: de stage wordt in meer afdelingen ingevoerd en het aantal stage-uren groeit uit naar 48 uur voor vmbo, 60 uur voor havo en 72 uur voor vwo.
Uitgangspunten voor de verdeling van de stage uren zijn:
- de leerling komt in aanraking met verschillende stagevormen
- de leerling maakt kennis met verschillende groepen mensen in onze samenleving
- bestaand vrijwilligerswerk van de leerling kan, na goedkeuring van de stagecoördinator meetellen
- de leerling heeft de ruimte om zelf een plaats te vinden
- de leerling heeft voldoende tijd om zijn stagedossier op te bouwen
| VMBO KB/GT | HAVO/VWO |
||
| 1e leerjaar |
Stagevorm |
Snuffelstage 8 uur (onder lestijd) Koppeling aan een vak (welk vak is afhankelijk van de soort stage) |
|
| 2e leerjaar | Stagevorm Aantal uren Curriculum |
Actiedag 8 uur (onder lestijd) Koppeling aan een vak (welk vak is afhankelijk van de soort stage) |
Projectweek minimaal 15 uur (onder lestijd) |
| 3e leerjaar |
Stagevorm |
Lintstage, minimaal 32 uur (buiten lestijd) Koppeling met het vak Intersectoaal Leerling loopt 48 uur stage |
Lintstage, minimaal 30uur (buiten lestijd) Leerling moet minimaal 45 stage uren hebben gelopen |
| 4e, 5e, 6e leerjaar | Stagevorm Aantal uren |
Vrije ruimte Tijdens de voorexamen jaren heeft de leerling ruimte om de resterende stage-uren, respectievelijk 15 voor havo leerlingen en 27 uren voor VWO leerlingen, te maken. De stageklus moet wel voldoen aan de gestelde criteria van een stageplaats. Deze ruimte biedt ook mogelijkheden voor leerlingen die instromen van een andere school en stage uren willen meenemen. |
|
| Curriculum |
Het behoort tot de mogelijkheid om deze uren onderdeel te laten zijn van het profielwerkstuk. De leerling moet voldoen aan de gestelde eisen van de stage om over te gaan naar het examenjaar |
||
Stagedossier
In het stagedossier worden de stages geregistreerd die de leerling heeft gelopen. Een stage wordt geregistreerd indien het logboek (lintstage en projectweek) en/of MaS-urendeclaratie (vrije ruimte) volledig is ingevuld en is ondertekend door de stagebegeleider of stagecoördinator.
Het stagedossier vermeldt het aantal uren en de naam van de organisatie waar deze uren zijn gerealiseerd en welke werkzaamheden zijn verricht .
De opbouw van het stagedossier kan per leerling variëren. Uit ervaring van de afgelopen jaren blijkt dat het aantal uren per stageplaats sterk kan variëren. Het is moeilijk om aan een lintstage of een projectweek een vast aantal uren te koppelen. Daarbij krijgt de school te maken met leerlingen die gaan verhuizen, die ziek zijn geweest, overstappen naar een andere afdeling etc.
In de onderbouw ontvangt elke leerling aan het einde van het schooljaar een overzicht van het stagedossier.
In de onderbouw kunnen al uren van de bovenbouw worden ingevuld. Dit kan bijvoorbeeld door bestaand vrijwilligerswerk te laten registreren. Een leerling kan maximaal de uren van de vrije ruimte registeren als bestaand vrijwilligerswerk. Immers, met uitzondering van de lintstage vallen de overige stages onder lestijd.
Aan het einde van het 3e leerjaar is er een eerste beoordeling van het stagedossier. Indien de leerling niet voldoet aan het minimum aantal stage-uren kan de leerling niet bevorderd worden naar het 4e leerjaar. De leerling wordt verzocht om de uren die hij/zij tekort komt voor aanvang van het nieuwe schooljaar te hebben gelopen. Tijdens de zomervakantie kan de leerling stage lopen waarbij de stagemakelaar de rol waarneemt van de stagecoördinator.
De leerling moet voldoen aan het aantal uren stage en deze voldoende doorlopen.
5. De organisatie van de maatschappelijke stage
De invoering van de maatschappelijke stage is een complexe opdracht. Er zijn verschillenden partijen bij betrokken, zowel binnen als buiten de school. De invoering van de MaS betekent bouwen aan een nieuwe infrastructuur van samenwerken.
- De meeste maatschappelijke organisaties hebben ervaring met volwassen vrijwilligers; jongeren tussen 12 en 18 jaar is een nieuwe doelgroep waar zij geen of weinig ervaring mee hebben.
- Vrijwilligerscentrales zijn ervaren in het beheren van een vacaturebank voor vrijwilligers en opereren vaak in de werkvelden zorg en welzijn. In hun rol als stagemakelaar maken zij kennis met andere terreinen waar vrijwilligerswerk voorkomt. Bijvoorbeeld sportclubs, natuurverenigingen, religieuze organisaties en dorpshuizen. Daarbij wijkt de manier van werken af omdat er sprake is van het afnemen van bepaalde diensten.
- Scholen zijn de experts in de omgang met jongeren tussen 12 en 18 jaar maar hebben weinig of geen ervaring om op deze schaal samen te werken met externe organisaties.
Bij het afstemmen met verschillende partijen is het noodzakelijk dat er een goede relatie is. Een goede relatie heeft met het tweede aspect te maken, namelijk de communicatie. Om je doelen te bereiken is een goede communicatie noodzakelijk.
Extern
Sinds september 2006 neemt de RSG deel aan een regionaal samenwerkingsverband. Er wordt samengewerkt met alle 8 VO scholen in Zuidwest Friesland en de stagemakelaar Timpaan. De stagemakelaar stemt vraag en aanbod op elkaar af en is o.a. verantwoordelijk voor het creëren van voldoende plaatsen. De stagemakelaar is als het ware de spin in het web. Sinds november 2008 is deze samenwerking tussen scholen en Timpaan vastgelegd in een convenant (bijlage V).
De kosten van de stagemakelaar worden voor 50% gefinancierd door de Gemeente Sneek en de andere helft door de deelnemende scholen. Voor dit doel ontvangt de gemeente Sneek gelden van OCW en VWS.
We zien de afgelopen jaren een enorme groei van leerlingen die maatschappelijke stage gaan lopen. In 2007 was het aantal 600, in 2009 is dit aantal gegroeid naar 1200. De verwachting is dat binnen een aantal jaren ongeveer 2000 leerlingen per jaar stage lopen in Zuidwest Friesland.
Om de kwaliteit en de duurzaamheid bij deze groei te kunnen garanderen is een goede regionale samenwerking onontbeerlijk.
In de praktijk betekent dit o.a. het versterken van de relatie met de maatschappelijke organisaties en oog hebben voor knelpunten zoals de begeleiding op de stageplaats.
De RSG is zich bewust dat hier een belangrijke taak ligt voor de school en zal ook daar waar mogelijk is haar expertise op het gebied van begeleiding inzetten. Het opzetten van een poule met oud-docenten voor de begeleiding van leerlingen kan een optie zijn. Maar ook het betrekken van ouders bij de maatschappelijke stage kan interessant zijn.
De meeste leerlingen vinden een stageplaats via de bemiddelingswebsite www.keiindemaatschappij.nl, een site die speciaal voor dit doel is ontwikkeld. Leerlingen kunnen hier een keuze maken uit een gevarieerd aanbod van stageplaatsen. De website is een handig instrument en ondersteunt de stagecoördinator bij de uitvoering van de stage. Zo zien leerlingen bijvoorbeeld alleen klussen die of in de buurt zijn van de school of in de woonplaats van de leerling. En het is de stagecoördinator die zijn fiat geeft aan de match.
Intern
Een veel gebruikte uitspraak van staatsecretaris van Bijsterveldt, is dat ze waarschuwt voor bureaucratie in de uitvoering van de maatschappelijke stage. Het gevaar is reëel. De school begint met experimenteren en start met een paar klassen. Er ontwikkelt zich een bepaald systeem. Het systeem werkt, het aantal leerlingen neem toe en na een aantal jaren blijkt dat de maatschappelijke stage een enorme administratieve last met zich meebrengt of gaat knellen met andere zaken in de organisatie.
De RSG vindt het belangrijk dat de uitvoering praktisch en helder verankerd is in de schoolorganisatie. Met praktisch wordt bedoeld dat het werkbaar is. Een paar leerlingen die buiten de normale procedure zijn geraakt mag de organisatie niet onevenredig veel tijd gaan kosten omdat zaken alsnog geregeld dienen te worden. Helder wil zeggen dat alle medewerkers weten hoe de maatschappelijke stage in de RSG werkt. De betrokkenheid onder medewerkers is hoog. En dat kan ook niet anders want de MaS is op allerlei manieren zichtbaar aanwezig in de school.
In de schoolorganisatie spelen drie aspecten een rol: de organisatie, de financiën en de communicatie.
Organisatie
De ervaring van de afgelopen jaren heeft een aantal knelpunten in beeld gebracht. Bijvoorbeeld de MaS een plaats geven in het rooster is met de komst van de modules en de sportaccentklas een stuk lastiger geworden. En hoe krijg je 86 stageovereenkomsten weer ingevuld en getekend retour? Of hoe ga je om met die vrijwilliger die zich beklaagt dat een leerling zo zonder voorbereiding op stage gestuurd, terwijl je weet dat deze leerling het hele voorbereidingstraject heeft doorlopen?
Voortdurend stel je jezelf de vraag: hoe kan ik het eenvoudiger of anders organiseren zodat ik niet weer dezelfde vraagstukken tegenkom. Op het moment dat procedures zijn vastgelegd zijn er alweer aanpassingen.
Bij verdere invoering van de Mas in de organisatie zal de nadruk worden gelegd op onderstaande punten
- continuïteit in de uitvoering, als een coördinator afwezig is worden werkzaamheden voortgezet.
- bereikbaarheid van stagecoördinatoren verhogen, bijvoorbeeld een apart email-account voor de MaS.
- het digitaliseren daar waar mogelijk is (LVS, brainbox).
- goede registratie van het stagedossier (LVS).
- er wordt gewerkt met draaiboeken en jaarplanningen (volgens methode plan-do-check-act)
De administratieve kracht maakt deel uit van de werkgroep. Deze bewuste keuze is gemaakt omdat naast de administratieve ondersteuning, de administratieve kracht haar expertise kan inzetten m.b.t. het digitaliseren van processen, vanwege de continuïteit in de werkzaamheden en het verhogen van de bereikbaarheid voor externe organisaties en leerlingen. Dit jaar hebben ruim 270 RSG leerlingen stage gelopen. Vanaf 2011 zal dit aantal uitgroeien naar ongeveer 700 leerlingen. Tegen die tijd zal een MaS-bureau een prominente plaats moeten hebben in de school.
Financiën
Voor de financiering van de MaS ontvangt de school jaarlijks een aanvullende bekostiging van OCW. In het schooljaar 2008-2009 bedroeg de bijdrage € 28 per telleerling en in 2011-2012 zal dit bedrag zijn gestegen tot € 105 per telleerling. In onderstaande tabel staan de OCW bedragen en de extra subsidie uit de Friese Pilot. Het bedrag van de Friese Pilot is gebaseerd op een opgave van 280 leerlingen. Deze leerlingen lopen minimaal 30 uur stage in 2008-2009. De school ontvangt hiervoor € 100 per leerling.
| 2006-2007 | 2007-2008 | 2008-2009 | 2009-2010 | 2010-2011 | 2011-2012 | |
| Stage leerlingen | 86 ll | 79 ll | 280 ll | 350 ll | 450 ll | 650 ll |
| Bedrag per telleerling | € 28 | € 48 | € 88,50 | € 105 | ||
| OCW* | € 18.000 | € 18.000 | € 49.000 | € 84.000 | € 154.438 | € 183.750 |
| Friese Pilot | € 28.000 |
De kosten van de maatschappelijke stage bestaan hoofdzakelijk uit bemiddelingskosten van de stagemakelaar en personeelskosten.
Het bemiddelingstarief van de stagemakelaar Timpaan wordt jaarlijks vastgesteld. De totale kosten van de stagemakelaar word na aftrek van de bijdragen van Gemeenten uit de Zuidwesthoek, omgeslagen per leerling. Voor 2008-2009 is het bedrag vastgesteld op € 35 per leerling (Bijlage VI)
In dit bedrag zijn o.a. de kosten verwerkt: van het creëren van nieuwe stageplaatsen, het geven van gastlessen, het organiseren van regiobijeenkomsten, het onderhoud van de bemiddelingswebsite. Het tarief wordt elk jaar vastgesteld en de verwachting is dat dit bedrag in de toekomst lager zal uitvallen. Mogelijk zal er een differentiatie komen op het tarief omdat niet alle scholen dezelfde diensten in toekomst zullen afnemen.
Wat de totale uitgaven zijn van de maatschappelijke stage in de school is nog niet helemaal bekend. Naast de uitgaven voor personele inzet en de bemiddelingskosten van de stagemakelaar zijn er kleine uitgaven zoals materiaalkosten, kopieerkosten en extra reiskosten die zijn gemaakt door leerlingen en medewerkers. Om tot een goede begroting te komen is op korte termijn een taakomschrijving van de werkgroep en van de werkgroepleden noodzakelijk.
Gebaseerd op de ervaringen van de afgelopen jaren is een berekening gemaakt hoeveel klokuren een stagecoördinator nodig heeft om zijn taken te kunnen doen. Voor de MaS-coördinator VMBO en HAVO/VWO komt deze berekening uit op 150 klokuren per jaar elk.(bijlage VII)
Communicatie
We kunnen de communicatie rond de maatschappelijke stage onderscheiden in het aansluiten op bestaande interne en externe communicatiestructuren en specifieke projectdoelstellingen. Met aansluiten op bestaande communicatiestructuren wordt bedoeld de vaste structuren in een organisatie: wie informeert wie of overlegt met wie, wanneer en hoe vaak.
Met specifieke projectdoelstellingen wordt bedoeld hoe je de invoering van de maatschappelijke stage vorm wilt geven. Specifieke doelstellingen zijn:
- medewerkers, leerlingen en ouders informeren over invoering
- vergroten van draagvlak binnen de school
- betrokkenheid ouders stimuleren
Om het draagvlak binnen de school te vergroten kunnen enthousiaste leerlingen presentaties houden over hun MaS-ervaringen tijdens teamvergaderingen. De maatschappelijke stage een zichtbare plaats geven in de school kan hier ook aan bijdragen. Op deze plaats vind je beeldmateriaal, stageverslagen en actueel nieuws over de maatschappelijke stage in RSG. Bijvoorbeeld verslagen van RSG MaS reporters. Tijdens de afgelopen projectweken hebben MaS reporters medeleerlingen geïnterviewd en zijn er foto's gemaakt.
De RSG kiest ervoor om de maatschappelijke stage gefaseerd in te voeren over een aantal jaren. Een meerjarenplanning is noodzakelijk om op het juiste moment de juiste communicatiemiddelen in te zetten om bepaalde doelstellingen te bereiken. Bovenstaande ideeën worden verder uitgewerkt in een communicatieplan.
Erna Zeevenhooven
September 2009
Bijlage I Randvoorwaarden stageplaats
| 1. Is de stageplaats bij je familie thuis? |
|
|
|||
|
|
|||||
| 2. Is het een commerciële (profit) organisatie/bedrijf waar je wilt stagelopen? |
|
is het een extra klus die je gaat doen en draagt de klus bij aan een betere samenleving? |
|
Helaas, hier mag je geen maatschappelijke stage lopen. | |
|
|
|
||||
| 3. Is het een klus wat je normaal ook al doet als vrijwilligerswerk of een klus wat je voor school uitvoert? |
|
De helft van de uren die je van school in totaal moet stagelopen mag je invullen met deze klus. Voor de andere helft moet je een andere klus zoeken. | |||
![]() |
|||||
| Gefeliciteerd, je mag hier je maatschappelijke stage lopen! Lees ook nog even de aanvullende informatie in het blauwe kader. | |||||
|
|||||
Toelichting op voorwaarden
Geen familie
Een maatschappelijke stage bij familie mag niet gelden als een maatschappelijke stage. Dit zijn werkzaamheden die je normaal ook zou doen. Bij de maatschappelijke stage gaat het erom dat je echt iets voor de samenleving doet. Stage lopen bij een organisatie via een familielid mag wel. Een familielid mag geen stagebegeleider zijn.
Commerciële bedrijven/organisaties
Een commercieel bedrijf/organisatie (denk aan kledingwinkel, Rabobank, Bouwbedrijf, etc.) is in principe geen maatschappelijke stageplek. Uitzonderingen kunnen worden gemaakt wanneer het gaat om extra aanvullende activiteiten die bijdragen aan een betere samenleving en die niet direct uit commercieel oogpunt uitgevoerd worden. Denk bijvoorbeeld aan een sportschool of een manege die een toernooi organiseert.
Regulier vrijwilligerswerk
Vrijwilligerswerk dat leerlingen al doen moet worden gestimuleerd. Daarom mogen ze de helft van het aantal uren, die ze volgens de school moeten stagelopen, invullen met het betreffende vrijwilligerswerk. Dit geldt ook voor "maatschappelijke klussen" die leerlingen voor de school uitvoeren. Bijvoorbeeld helpen bij een open dag, leerlingenraad of studiebuddy van een eerstejaars.
Stage buiten eigen omgeving Sommige leerlingen willen in de vakantie hun maatschappelijke stage in het buitenland of elders in Nederland lopen. Hier moeten zij de kans voor krijgen. De leerlingen mogen alleen het aantal uren dat ze werkelijk aan het werk zijn mee laten tellen. Reistijd en eventuele overnachtingen mag niet als stagetijd mee geteld worden.
Overig
- Organisaties die subsidie van de overheid ontvangen mogen gelden als maatschappelijke stageplekken
- Op de stageplek hoeven niet perse meerdere vrijwilligers actief te zijn
- Als de leerling er zelf voor kiest mag hij/zij de maatschappelijke stage invullen met een fysieke klus. Denk aan het clubgebouw verven of de natuur in om bv. te snoeien. Sommige leerlingen vinden dit juist leuk om te doen en het biedt veel stageplekken
Bijlage II Stagevormen
| Snuffelstage | Een zeer korte stage waarbij leerlingen kennismaken met vrijwilligerswerk. Zo kunnen leerlingen bijvoorbeeld een middag meehelpen bij knutselmiddag voor gehandicapte kinderen |
| Actiedag of projectweek | Een stage van één of enkele dagen achtereen, waarbij leerlingen een afgebakende klus uitvoeren voor of binnen een organisatie. De opdracht kan aansluiten bij een projectweek van de school. Alle leerlingen lopen in diezelfde periode stage. Leerlingen helpen bijvoorbeeld een natuurvereniging bij het opruimen van een stuk natuurgebied of organiseren een sponsorloop voor een goed doel. |
| Blokstage | Een langere stage van meerdere aaneengesloten dagen. Leerlingen werken bijvoorbeeld aan het ontwerp van een nieuwe website en promotiecampagne voor de plaatselijke afdeling van het Rode kruis. |
| Lintstage | Een stage van meerdere, niet aangesloten dagedelen. De stage wordt binnen een afgebakende periode uitgevoerd. De stage is als een lint door deze periode heen. Zo kan een leerling bijvoorbeeld twee maanden lang elke woensdagmiddag helpen bij het trainen van jonge voetballertjes. |
| Estafettestage | Een stage waarbij de leerling een periode actief is als vrijwilliger en na een vast aantal uren of dagedelen het stokje overdraagt aan een andere leerling. De continuïteit is daarmee gewaarborgd voor de organisatie. De leerlingen voeren niet allemaal tegelijk de stage uit. Leerlingen helpen bijvoorbeeld bij de activiteitenbegeleiding van demente ouderen in een verpleeghuis. |
| Carrouselstage | Een groepje leerlingen bedenkt een leuke activiteit of opdracht, bereidt deze voor en voert deze uit. Vervolgens doen ze dezelfde opdracht (nu met enige ervaring) voor een andere organisat |
Bijlage III Overzicht uitvoering stage
| VMBO | HAVO en VWO | |
| Introductieles op MaS |
Tijdens de les maatschappijleer wordt de begrippen maatschappelijke stage, vrijwilligerswerk, actief burgerschap uitgelegd. |
De les wordt gegeven door de vakdocent. Ouders ontvangen een brief waarin de stage wordt aangekondigd en uitgelegd. Tijdens een les worden leerlingen voorbereid op de projectweek. Deze voorbereiding wordt georganiseerd door de stagecoördinator. Er wordt een inventarisatie gemaakt naar de interessegebieden van de leerling. Leerlingen kunnen een opgave doen van vrijwilligerswerk dat al wordt gedaan en/of ze bij hun oude OBS school stage willen lopen. Ouders ontvangen een brief waarin de stage wordt aangekondigd en uitgelegd. |
| Gastles |
In deze les worden praktische zaken besproken. Hoe vind je een plaats, hoe maak je contact, aan welke regels heb je te houden etc. Tijdens deze gastles wordt een presentatie gehouden door een maatschappelijke organisatie. De les wordt georganiseerd door Timpaan Welzijn (stagemakelaar) | In deze les wordt meer uitleg geven over de projecten besproken. Hoe maak je een keus, hoe maak je contact, aan welke regels heb je te houden etc. Tijdens deze gastles wordt een presentatie gehouden door een maatschappelijke organisatie. De les wordt georganiseerd door Timpaan Welzijn (stagemakelaar) |
| Stagevorm |
Lintstage gedurende 1 periode (± 9 weken) van het schooljaar. Start vanaf periode 2. Leerlingen kiezen een vacature van de bemiddelingswebsite (keiindemaatschappij.nl). In de meeste gevallen gaat het om individuele stageplaatsen. Leerlingen kunnen ook een eigen stageplaats vinden. De stagecoördinator beoordeelt of deze plaats voldoet aan gestelde criteria (regionale samenwerking) | Projectweek van 4 dagen tijdens een activiteitenweek. Leerlingen maken een keus uit verschillende projecten uit het projectenboek |
| Uitvoering |
U Leerlingen kunnen kiezen voor een klus op hun roostervrije middag of op een ander moment. De stage valt buiten lestijd. | Leerlingen volgen de aanwijzingen |
| Begeleiding |
De stagecoördinator onderhoudt het contact met de stagemakelaar en de stagebieder. Begeleiding vindt voornamelijk plaats op de stageplek. | De stagecoördinator onderhoudt tijdens deze week de contacten met de contactpersonen van de verschillende projecten en de stagemakelaar. De begeleiding vindt deels plaats op de stageplek en deels in school. |
| Afronding en evaluatie |
Leerlingen houden een logboek bij. Dit wordt ondertekend door de begeleider op de stageplaats. Na de stageperiode worden evaluatie gesprekken gehouden met leerlingen, stagebieders, stagemakelaar en de stagecoördinator. | Leerlingen houden een logboek bij. Deze wordt ondertekend door de begeleider op de stageplaats. Na de projectweek wordt schriftelijk geëvalueerd onder leerlingen en stagebieders. Er vindt een evaluatiegesprek plaats tussen stagecoördinator en stagemakelaar. |
Bijlage IV SWOT analyse
Sterke
|
Zwak
|
Intern (heden) |
Kansen
|
Bedreigingen
|
Extern (toekomst) |
| Positief | Negatief |
Bijlage V Convenant
Bijlage VI Begroting
| stagemakelaar 2009 Begroting Maatschappelijke Stage 2009 Stagemakelaar Zuidwest Friesland | ||||||
| Uurtarief | 70 | |||||
| leerlingen | 1200 | |||||
| Aantal | Uren | Totaal | Bedrag | |||
| Personeelskosten | ||||||
| o | Projectcoördinatie |
200 | € 14.000,00 | |||
| Projectgroepcoördinatie | 35 | € 2.500,00 | ||||
| Gastlessen ontwikkelen | 10 | € 700,00 | ||||
| o | Gastlessen | 53 | 4 | 212 | € 14.840,00 | |
| Bemiddeling | 150 | € 10.500,00 | ||||
| Werving nieuwe adressen | 250 | € 17.500,00 | ||||
| Trainingen ontwikkelen | 10 | € 700,00 | ||||
| Trainingen docenten | 6 | 4 | 24 | € 1.680,00 | ||
| Trainingen stagebieders | 4 | 4 | 16 | € 1.120,00 | ||
| Conferentie | 50 | € 3.500,00 | ||||
| o | Projecten eerste/tweede jaars | 20 | 20 | 40 | € 28.000,00 | |
| Onderhoud vacaturebank | 140 | € 9.800,00 | ||||
| Nieuwsbrief | 4 | 10 | 40 | € 2.800,00 | ||
| 1537 | € 107.640,00 | |||||
| Materiele kosten | ||||||
| Communicatie & PR | € 3.500,00 | |||||
| Conferentie | € 3.500,00 | |||||
| Trainingen/gastlessen | € 2.000,00 | |||||
| Kosten website | € 750,00 | |||||
| € 9.750,00 | ||||||
| Totaal kosten 2009 | € 117.390,00 | |||||
| Financiering Scholen Zuidwesthoek ( € 35 per leerling) | € 42.000,00 | |||||
| Financiering Gemeenten Zuidwesthoek | € 75.390,00 | |||||
Bijlage VII Berekening inzet MaS coördinator
| Omschrijving taken | klokuren | |||||||
| Intern & extern | overleg Bijwonen vergadering/bijeenkomsten regio ZwFr ± 5 keer per jaar + voorbereiding Intern overleg MaS, ontwikkeling, afstemming, voortgang incl. voorbereiding Eindrapportage tbv schoolleiding incl. evaluatie, bijwerken draaiboeken Overleg Timpaan, voortgang, planning, afstemming + voorbereiding |
35 | ||||||
| Lintstages (individueel, via website) | Gastlessen: Introductieles: voorbereiden, uitvoering en afhandeling Bemiddeling Leerlingen begeleiden in bemiddelingsproces, accorderen evt. overleg alternatief Begeleiding tijdens stage: Bezoeken van een aantal stagebieders, bellen met stagebieders Afronding stage: organiseren van evaluatielessen voor leerlingen, bijwonen van evaluatiegesprekken met stagebieders en stagemakelaar. Administratieve zaken: templates vullen t.b.v. website, zorg voor logboeken, formulieren en certificatie, brieven ouders, stagebieders, verwerken van enquêtes en evaluaties |
115 | ||||||
|
||||||||
| Totaal | 150 |
l 150













