Onderwijs
Onderwijsbeleid
Intersectoraal Programma
Intersectoraal Programma aan RSG Magister Alvinus.
Inleiding.
Het programma intersectoraal is vorig jaar ingevoerd in de afdeling vmbo-GT en ontrolt zich als examenprogramma voor deze groep leerlingen. De leerlingen in deze afdeling doen in 2011 voor de eerste keer examen volgens dit programma.
In navolging van de vmbo-gt afdeling willen wij het intersectorale programma ook gaan invoeren voor vmbo-beroepsgericht. Aangezien er in deze afdeling meer uren praktijk worden verzorgd zal de invoering naar verwachting ook meer impact hebben. Het schooljaar 2010-2011 zal gebruikt worden als voorbereiding en in 2011-2012 zal het programma intersectoraal ingevoerd worden in klas 3, zodat er in 2013 voor de eerste keer examen gedaan kan worden volgens het nieuwe programma.
Waarom wordt gekozen voor het programma intersectoraal?
Landelijk zijn verschillende trends zichtbaar in het programma-aanbod voor leerlingen vmbo-beroepsgericht. Een aantal scholen kiest voor het Vakcollege (Techniek en Zorg) waarbij leerlingen vanaf klas één meer vakgerichte praktijk krijgen aangeboden. In dit concept betekent het dat leerlingen eerder ‘gestreamd' worden naar een beroep en beroepsopleiding. Daarnaast zijn er scholen die juist de keuze willen uitstellen en een breed algemeen praktisch aanbod bieden. Dit kan via het programma intersectoraal. De kern van deze opleiding is een breed aanbod en een goede praktische oriëntatie op vervolgmogelijkheden. Als derde is het mogelijk om volgens de ‘traditionele' afdelingen het onderwijs vorm te geven. Dit is het programma dat op dit moment verzorgd wordt op onze school en ook op de scholen in de omgeving.
Waarom kiest RSG Magister Alvinus het programma intersectoraal?
Door de terugloop van het aantal leerlingen bij basis-en kaderberoepsgericht is het moeilijk om de 3 afdelingen (elektrotechniek, zorg & welzijn en handel & administratie) op dezelfde kwalitatieve manier als nu vorm te geven. Wij zijn genoodzaakt om groepen leerlingen te combineren en/of urenvermindering door te voeren. De groepen van de verschillende afdelingen kunnen immers niet gecombineerd worden.
Ons huidige programma is niet onderscheidend van de andere scholen in de regio, dus om je als school te profileren is een ander concept een mogelijkheid om meer leerlingen aan je te binden. Dit verhoogt de levensvatbaarheid van het vmbo-beroepsgericht op RSG Magister Alvinus.
De keuze voor het programma intersectoraal wordt dus ingegeven door de terugloop van het aantal leerlingen én de kans om je te profileren via dit onderscheidende concept. Daarnaast is een aansluiting bij de in de samenleving heersende opvatting dat kinderen veel te jong moeten kiezen een krachtige overweging om de keuze uit te stellen via het intersectorale programma. Dit in tegenstelling tot het Vakcollege. Het uitstellen van de keuze wordt ondersteund door de uitvalpercentages in het mbo en de verandering van opleiding die mbo studenten in het begin van hun studie maken.
Wat houdt intersectoraal precies in?
VMBO Intersectoraal betreft die programma's, waarbij het praktijkgedeelte van de vier leerwegen van de sectoren Techniek, Zorg en Welzijn en Economie in samenhang en geclusterd worden aangeboden. In het intersectorale programma vormt de clustering van de vakken een context voor een krachtige leeromgeving. Daarmee worden de talenten van leerlingen optimaal aangeboord en draagt de leeromgeving bij aan de identiteitsontwikkeling en burgerschapsvorming van leerlingen. De leerstof wordt in grotere gehelen en passend in de belevingscontext van de leerling aangeboden, waardoor leerlingen zich optimaal kunnen oriënteren op de toekomst. Dit zal in de meeste gevallen een vervolgopleiding in het MBO zijn. Dit ook in verband met de startkwalificatie die de leerlingen via het MBO moeten behalen (binnen het vmbo halen leerlingen immers geen startkwalificatie).
De leerlingen kunnen tijdens de schoolloopbaan kiezen uit 3 uitstroomvarianten: Technologie & Dienstverlening, Technologie & Commercie en Dienstverlening & Commercie. Deze varianten sluiten aan bij de sectorindeling die op dit moment in het MBO wordt ontwikkeld.
Waartoe leidt het intersectorale programma?
Het brede programma intersectoraal biedt de leerling:
- - Een versterking van de ‘definitieve' studie- en beroepskeuze.
- - Brede opleidingen (waar mogelijk ook smal), sterk oriënterend voor alle leerwegen.
- - Een versterking van de integratie AVO-vakken / praktijk.
- - Doorlopende leerlijnen en competentiegericht onderwijs met zoveel mogelijk reële praktijkopdrachten, simulatie en just-in-time leren.
- - Een goede basis voor het instromen in het MBO.
- - Uitdagend onderwijs voor zowel jongens als meisjes om zich breed te oriënteren en ontwikkelen
Het brede programma intersectoraal biedt de school:
- - Een sterke profilering in de regio.
- - Een financieel haalbaar vmbo-beroepsgericht.
- - Aansluiten bij de ontwikkeling in vmbo-GT en mogelijkheden tot integratie.
- - Aansluiten bij een sterke landelijke tendens om het keuzeproces van leerlingen te verlengen.
Hoe wordt de verandering naar het intersectorale programma ingericht?
Voor een goede invoering van een nieuw programma zijn meerdere jaren nodig, maar ontwikkelen doe je ook door te starten en al werkend de uitdagingen die ontstaan het hoofd te bieden.
Het schooljaar 2010-2011 wordt gebruikt om het 1e deel van het opleidingstraject vorm te geven. In dit schooljaar wordt het programma voor eind klas 2 en leerjaar 3 ontworpen en draait er in klas 2 een pilot in periode 4. In schooljaar 2011-2012 zorgen we voor een pilot intersectoraal programma in drie sectoren in klas 2. Met het programma van klas 3 draaien we in 2011-2012 een pilot (klas 3 kiest in periode 2 een uitstroomvariant). Het programma voor klas 4 ontwerpen we in schooljaar 2011-2012. De pilot van dit schooljaar draait in 2012-2013. In dit jaar is dus de eerste keer een examen volgens programma intersectoraal.
Naast het intersectorale programma zal ook de samenhang die nodig is in de gehele 4 jaar van het vmbo-beroepsgericht uitgewerkt worden (doorlopende leerlijnen, vakkenintegratie, zorg en begeleiding op maat, enz.). (Zie hiertoe ook de adviezen van de inspectie.) Voor een groot deel zal de PSO (praktische sector oriëntatie) geïntegreerd worden in het intersectorale programma, omdat de oriëntatie in dit programma juist één van de uitgangspunten is.
Naast de ontwikkeling van het praktische deel van het intersectorale programma zal een integratie van de praktijk- en theorievakken vorm gegeven worden. Hiertoe worden afspraken gemaakt in het team om dit geleidelijk te doen. De kwaliteit van het onderwijs willen wij behouden en een snelle verandering kan deze kwaliteit weer onder druk zetten.
Het team zal regelmatig over de veranderingen afspraken maken onder leiding van de teamleider en eventueel een werkgroep intersectoraal. Het intersectorale programma zal ook eisen stellen aan de huisvesting en andere voorzieningen. Pas dan als we uit ervaring weten welke aanpassingen nodig zijn, gaan we deze realiseren. Ook hier kiezen we de weg der geleidelijkheid om het voor onze leerlingen, maar ook voor de collega's, overzichtelijk te houden.
Onderzocht moet worden of er voor de leerlingen in de afdeling vmbo-beroepsgericht een snellere digitalisering wenselijk en mogelijk is. Dit vooral omdat het leermateriaal dat ontwikkeld wordt voor een deel eigen materiaal is en digitaal aangeboden kan worden. Voor leerlingen zou het wenselijk zijn om dit ook meer dan voorheen voor de andere vakken aangeboden te krijgen en zeker de integratieve opdrachten. Dit zou betekenen dat we leerlingen in de verschillende leerjaren stapsgewijs een eigen laptop aanbieden waarmee leerlingen op school en/of thuis kunnen werken. Naast dit digitale materiaal blijft de mogelijkheid om boeken te gebruiken. (Zie ook het ICT-beleidsplan). De invoering van digitaal leermateriaal zorgt ook voor extra profilering.
Uiteraard moeten wij, zodra wij stappen in dit proces gezet hebben, goed communiceren met de ouders van onze huidige en toekomstige leerlingen. Ook is een goede PR-campagne belangrijk. Tenslotte maken wij hier fundamentele keuzes die een sterk profilerend karakter hebben. Wij moeten ook duidelijk zijn waarom leerlingen en ouders niet voor onze school moeten kiezen.
Wie worden erbij betrokken?
Uiteraard is het vooral het team vmbo-beroepsgericht dat deze verandering vorm gaat geven. Om het proces goed en soepel te laten verlopen, moeten wij ons, daar waar nodig, oriënteren op externe ondersteuning.
De schoolleiding zal in ieder geval moeten zorgen voor facilitering van de ontwikkeling van het leermateriaal. Hiertoe kunnen we ook een beroep doen op de databank van het Platform Intersectoraal. Hier zijn wij lid van. Naast de ontwikkeling van het leermateriaal moeten we sterk de aandacht richten op de integratie van de verschillende vakken. Ook is de zorg en begeleiding van de leerlingen van evident belang. Bij alles wat wij in dit traject doen, moeten wij ons voortdurend realiseren en afvragen wat de leerling er beter van wordt. Wij moeten het kind als geheel zien en ons onderwijs en begeleiding hier op focussen. Wanneer wij dit als uitgangspunt nemen, dan zal het ontwerpen van leermateriaal en alles wat verder nodig is, makkelijker verlopen. Het is ook goed om in het begin van dit traject van ontwikkeling en ontwerpen van leermateriaal ons af te vragen wat het einddoel voor de leerling is.
Conclusies.
Een aantal voorlopige conclusies over de invoering van het programma intersectoraal kunnen we aan de hand van voorgaande trekken.
- - We voeren het intersectorale programma in. Het schooljaar 2010-2011 is het voorbereidende schooljaar voor het programma van de 3e klas. Schooljaar 2011-2012 voorbereiding 4e leerjaar.
- - Het programma PSO wordt passend gemaakt voor het intersectorale programma.
- - De theoretische vakken integreren we voorzichtig in het intersectorale programma. Op deze manier krijgt het leerstofaanbod meer samenhang.
- - Voor leerlingen zijn er duidelijke doorlopende leerlijnen.
- - Het team onderzoekt de wenselijkheid en mogelijkheid om te komen tot digitalisering van de leerstof. Dit biedt de mogelijkheid voor leerlingen om, naast de boeken, te werken met een laptop. (bijvoorbeeld 2011-2012 in klas 3 een laptop, in 2012-2013 in klas 1 en in klas 3, in 2013-2014 in klas 1 en klas 3 en daarna telkens in klas 1)
- - Aanpassingen in de school vinden pas dan plaats als we zeker weten dat het bevorderlijk is om het onderwijsconcept beter tot zijn recht te laten komen.
- - Er moet intern en extern goede communicatie plaats vinden rondom de invoering van het programma intersectoraal.
Will Frantzen
Jurjen Hiemstra
Augustus 2010
Bijlage: Financiële paragraaf
|
Financiële paragraaf |
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
|
personeel |
materieel |
|
Schooljaar 2010-2011 |
|
|
|
Facilitering docenten uitwerking BK4 (4 x 90 klokuren) |
13.020 |
0 |
|
Facilitering docenten uitwerking GT3 (4 x 30 klokuren) |
4.340 |
0 |
|
Gebouwtechnische aanpassingen (p.m.) |
|
25.000 |
|
Totaal |
17.360 |
25.000 |
|
|
|
|
|
Schooljaar 2011-2012 |
|
|
|
Facilitering docenten uitwerking GT4 (4 x 30 klokuren) |
4.340 |
|
|
Laptop klas 3 (50 lln.) |
|
12.500 |
|
Gebouwtechnische aanpassingen (p.m.) |
|
25.000 |
|
Totaal |
4.340 |
37.500 |
|
|
|
|
|
Schooljaar 2012-2013 |
|
|
|
Laptop klas 1 |
0 |
12.500 |
|
Laptop klas 3 |
|
12.500 |
|
Gebouwtechnische aanpassingen (p.m.) |
|
25.000 |
|
Totaal |
0 |
50.000 |
|
|
|
|
|
Schooljaar 2013-2014 |
|
|
|
Laptop klas |
0 |
12.500 |
|
Gebouwtechnische aanpassingen (p.m.) |
|
25.000 |
|
Totaal |
0 |
37.500 |
|
|
|
|
|
Totaal over 4 schooljaren |
21.700 |
150.000 |









