Onderwijs
Onderwijsbeleid
Internationalisering
Beleidsplan Internationalisering.
Inleiding
Onder internationalisering verstaan we alle vormen van contacten met buitenlandse partnerscholen. Dit brede begrip omvat dus meer dan het meest in het oog springende onderdeel van internationalisering, namelijk de fysieke uitwisseling van leerlingen. Het betreft ook aspecten als de ontvangst van leraren (in opleiding) uit het buitenland, (vakoverstijgende) e-mailprojecten met buitenlandse leerlingen of deelname van docenten aan Plato- en andere internationale cursussen.
Dit beleidsplan internationalisering is een aanvulling op het eerder (19-11-2009) vastgelegde excursiebeleid. De in het excursiebeleid opgenomen doelen, beleid, begeleiding, financiën en planning & organisatie is ook van toepassing op het beleid betreffende internationalisering.
Internationaliseringsactiviteiten kunnen worden gesubsidieerd door de Europese Unie in het kader van de zogenaamde Comenius Projecten, een onderdeel van het Europese Socrates-Il Programma. Deze bijdragen dienen vooral de opzet en in standhouding van netwerken. Grotere bedragen komen van het Nederlandse Ministerie van OC&W. De aanvragen van Nederlandse scholen voor subsidie worden beoordeeld door het Europees Platform in Alkmaar.
Doel internationalisering.
Bij de lessen in vreemde talen, aardrijkskunde, geschiedenis en maatschappijleer is aandacht voor andere opvattingen en culturen al van oudsher een onderdeel van het onderwijsprogramma. De laatste jaren is de belangstelling daarvoor sterk toegenomen. Vandaag de dag zijn onze leerlingen meer internationaal georiënteerd dan ze vaak zelf beseffen. Als zij gebruik maken van het internet is het idee dat ze daarmee ook grenzen overschrijden bij henzelf vrijwel afwezig. Buiten deze ontwikkelingen op communicatief / technisch gebied is de trend van een (economische) globalisering evident. De noodzaak voor onze leerlingen om zich, naast hun Nederlandse identiteit, ook in sociaal en cultureel opzicht meer bewust te worden van hun Europese identiteit (wereldburgerschap) zal in de toekomst alleen maar belangrijker worden. Het leren respecteren van de beginselen van democratie en sociale rechtvaardigheid en het waarderen van de verschillende Europese beschavingen zijn doelstellingen van elk onderwijscurriculum. En wat is een betere manier om onze leerlingen kennis te laten maken met andere opvattingen en culturen dan door ze in contact te brengen met leeftijdgenoten van buitenlandse partnerscholen?
De doelen van internationalisering kunnen als volgt worden omschreven:
a. Internationalisering stimuleert je persoonlijke ontwikkeling, het vergroot je flexibiliteit, je stressbestendigheid en je incasseringsvermogen. Tijdens uitwisselingen worden leerlingen in een andere omgeving geplaatst. Internationalisering bevordert het zich staande kunnen houden, het zich kunnen aanpassen aan en het kunnen samenwerken in deze andere omgeving.
b. Door internationalisering leer je het culturele erfgoed in de wereld beter kennen: het is een vorm van ckv in de praktijk! Op deze manier krijgen leerlingen inzicht in andere culturen en wordt de bewustwording ten aanzien van de eigen cultuur en de waardering voor andere culturen mogelijk vergroot.
c. Internationalisering ondersteunt je in je latere studie en in de latere beroepspraktijk; de arbeidsmarkt van de toekomst is al lang niet meer beperkt tot Sneek of Friesland.
d. Internationalisering stimuleert het mondiale denken en vergroot je talenkennis.
e. Vakinhoudelijke ontwikkelingen. De internationale dimensie op allerlei vakgebieden wordt steeds belangrijker. Internationalisering verruimt de mogelijkheden om vakinhoudelijk aan internationale ontwikkelingen en - vraagstukken vorm en inhoud te geven.
Het gebruik van ICT is een middel voor het bereiken van de doelen bij internationalisering en dus zeker geen doel op zich.
Sinds ICT een belangrijke ondersteuning biedt in ons moderne onderwijs, heeft het ook aan internationalisering een extra dimensie gegeven. Juist met behulp van ICT kunnen we heel snel en goed contacten leggen en onderhouden met partners elders in de wereld (bv. m.b.v. My Schools Network).
Uitgangspunten bij internationaliseringscontacten.
Als we van de genoemde betekenis van internationaliseringscontacten maximaal gebruik willen maken, moet er aan een aantal voorwaarden worden voldaan:
a. internationalisering mag niet iets vrijblijvends zijn. Dat wil zeggen dat het niet een ‘toetje’ moet zijn, maar wezenlijk onderdeel uitmaakt van het schoolcurriculum. Als het daarvan deel uitmaakt, betekent dat ook dat er verplichtingen van de leerling tegenover staan;
b. als het deel uitmaakt van het schoolcurriculum moeten er ook organisatorische mogelijkheden voor geschapen worden. D.w.z. dat het een vanzelfsprekendheid is, waarmee in de schoolorganisatie rekening wordt gehouden.
c. er zal een longitudinale planning moeten komen t.a.v. de internationaliseringsactiviteiten op onze school: welke activiteiten moeten in welk leerjaar plaatsvinden? Hoe is de opbouw van internationaliseringsactiviteiten, waar werken we naar toe en hoe?
Verdere uitwerking van de uitgangspunten.
a. Internationalisering is een wezenlijk onderdeel van het schoolcurriculum
De vraag is hoe je vorm geeft aan het uitgangspunt ‘wezenlijk onderdeel uitmaken van het schoolcurriculum’. Het is wel duidelijk dat internationalisering en uitwisselingen heel iets anders is dan excursies (inhoudelijk). Het lijkt ons verstandig om leerlingen de gelegenheid te geven om gedurende hun schoolloopbaan in ieder geval één keer mee te doen aan een dergelijke activiteit.
Met name in de bovenbouw biedt inhoudelijk, en wellicht ook al organisatorisch, veel mogelijkheden om internationalisering op allerlei plaatsen aan de orde te laten komen. In het bijzonder denken we daarbij aan internationalisering als een van de varianten van de praktische opdrachten bij de diverse vakken (2e fase). Maar daarnaast ook als een van de varianten van spreek- en schrijfvaardigheidsopdrachten bij moderne vreemde talen of Nederlands. En dan hebben we het nog niet eens over de mogelijkheden bij vakken als CKV, KCV of ANW.
Uitdrukkelijk wordt er naar gestreefd om internationalisering inhoudelijk een plaats te geven in het curriculum van de school, maar buiten dat dient deelname aan een uitwisseling ook een aantal persoonlijke en maatschappelijke doelen die onze school voor de ontwikkeling van onze leerlingen van belang acht.
Door internationalisering zowel in de onder- als bovenbouw een duidelijke plaats te geven in vakken, wordt ook gewerkt aan een algemeen draagvlak onder de docenten op onze school.
b. Schoolorganisatie en internationalisering
Het is van belang internationalisering in de organisatorische kaders een duidelijke plaats te geven. Dat geldt zowel voor de studielast waarmee de internationaliseringsactiviteiten worden gewaardeerd, de eisen die aan de leerlingen worden gesteld, als de organisatorische voorwaarden voor een en ander.
c. Internationaliseringsactiviteiten voor leerlingen gezien op lange termijn: van virtuele naar fysieke uitwisseling
Er moet sprake zijn van een longitudinale leerlijn in de opbouw van internationaliseringscontacten in de verschillende leerjaren. Daarbij zien wij de fysieke uitwisseling als de ‘hoogste’ vorm.
Wij stellen ons voor dat deze in eerdere leerjaren voorafgegaan wordt door diverse vormen van virtuele uitwisseling, eventueel vergezeld van korte vormen van fysieke uitwisseling (korte periode, korte afstand).
Conclusie.
Naast het excursiebeleid is er ruimte om in de toekomst op een goede manier invulling te geven aan internationalisering. Het initiatief hiertoe zal door de verschillende teams genomen worden. Belangrijk bij al deze initiatieven is dat het past binnen de hierboven gestelde voorwaarden. Naast uitwerkingen op het gebied van internationalisering is het belangrijk om voortdurend ook de verschillende excursies in het oog te houden, omdat het één het ander niet moet hinderen of onmogelijk maken, maar juist versterken. Elk initiatief moet daartoe ook in de longitudinale leerlijn bekeken worden.
Belangrijk bij de uitwisseling is wel de inbouw in het curriculum van de leerling.
Jurjen Hiemstra
April 2011









