Home
Algemeen
Organisatie
Bevoegd gezag
Algemeen
Organisatie
Bevoegd gezag
STICHTING RSG MAGISTER ALVINUS
Openbare Scholengemeenschap voor Gymnasium, Atheneum, Havo, VMBO en LWOO
Secretariaat: Postbus 341, 8600 AH Sneek. tel. 0515-429760
1. Bestuursprotocol RSG Magister Alvinus Sneek
Dit bestuursprotocol vat samen hoe het stichtingsbestuur van de Stichting RSG Magister Alvinus werkt. Het benoemt de algemene vertrekpunten en de formele kaders, de rolopvatting van het stichtingsbestuur en de interne taakverdeling.
Als stichtingsbestuur geven we deze uitleg ten behoeve van een duidelijke positionering. Het stichtingsbestuur handelt als ware het een raad van toezicht en heeft de directie als gevolg middels het directiestatuut verregaand gemandateerd. De directie vormt het directe aanspreekpunt voor de geledingen in de school: de leerlingen, de ouders, de medewerkers en de medezeggenschapsraad. Het stichtingsbestuur komt tot informatie-uitwisseling met deze geledingen tijdens bijvoorbeeld informele en thematische bijeenkomsten.
De rollen van ‘toezichthouder’ en ‘bestuurder’ dienen goed te worden gescheiden. Dit onderscheid wordt bij ons zichtbaar doordat het stichtingsbestuur de rol heeft van ‘toezichthouder’ en de directie de rol van ‘bestuurder’. De onderscheiden termen dienen in dit bestuursprotocol steeds als zodanig gelezen te worden.
We hopen dat dit bestuursprotocol bijdraagt aan een goed begrip van ieders rol in de schoolorganisatie, dat het uitnodigt om goed gebruik te maken van die organisatie en dat het ook uitdaagt om daar iets aan bij te dragen. Dit protocol werkt daarnaast voor het stichtingsbestuur zelf als leidraad voor zijn handelen en als inwerkdocument bij bestuurswisselingen.
Het bestuursprotocol vormt een aanvulling op de statuten voor de oprichting van de Stichting RSG Magister Alvinus, waarin de meer formele ankers voor de werkwijze van het stichtingsbestuur vastliggen.
2. Vertrekpunten
RSG Magister Alvinus wil een school zijn waar individuele aandacht centraal staat en leerlingen kansen krijgen om zich te ontplooien, hun eigen weg te vinden en hun vleugels uit te slaan. Daarbij werken medewerkers en leerlingen samen onder het motto ‘Met Elkaar’. Deze kernwaarden tekenen de school, al sinds de tijd van Magister Alvinus zelf. Voor ons als stichtingsbestuur zijn ze het vertrekpunt. Wij spannen ons in om deze waarden hoog te houden.
Als stichtingsbestuur bewaken we ook de grondslag van de RSG Magister Alvinus: de RSG is een openbare school voor voortgezet onderwijs. Elke levensovertuiging wordt gerespecteerd. We hebben een open leef- en werksfeer waarin ouders, leerlingen en personeelsleden open staan voor elkaars mening en elkaar respecteren. Leerlingen, docenten en overige medewerkers gedragen zich op school volgens de normen en waarden van de Nederlandse rechtsstaat.
Behalve dat we een stichtingsbestuur willen zijn dat past bij onze school, willen we ook een stichtingsbestuur zijn dat het naar objectieve maatstaven goed doet. Voor het voortgezet onderwijs is die objectieve maatstaf de ‘Code Goed Onderwijsbestuur’. Net als vrijwel alle schoolbesturen onderschrijven we deze code, en passen we hem, ook in dit bestuursprotocol, toe, of leggen we in voorkomende gevallen uit als we het anders doen. Hierop zijn we aanspreekbaar.
Van belang daarin is het begrip ‘horizontale verantwoording’: het investeren in een goed lopende horizontale verantwoording. Door de directie naar leerlingen, ouders en medewerkers. Een goed functionerende horizontale verantwoording gaat vooraf aan de verplichte verticale bestuursverantwoording naar onderwijsinspectie en gemeente.
3. Rolopvatting van het Stichtingsbestuur
De directie geeft richting aan de school, verwerft, besteedt en beheert de middelen en zorgt voor het goed functioneren van de organisatie. Het stichtingsbestuur houdt daarop integraal toezicht en neemt daarbij alle aspecten van de instelling en alle relevante belangen in overweging. De leden van het stichtingsbestuur nemen een onafhankelijke positie in ten opzichte van interne schoolzaken.
Daarbij hebben we te maken met vier partijen die een rechtstreeks belang hebben bij een goed functionerend stichtingsbestuur. Deze partijen benoemen we hier en we leggen uit welke belangen we zien en die we willen respecteren, en ook hoe we dat willen doen.
De eerste partij is de directie. De directie (en eigenlijk de hele schoolgemeenschap) draagt de cultuur en de kernwaarden van de school en wil zich daarin gesteund weten door het stichtingsbestuur. De directie heeft een duidelijk mandaat, een stevige opdracht en een heldere taakafbakening. Het stichtingsbestuur moet vertrouwen hebben in de directie, zodat er vooral toetsing achteraf op afgesproken meetpunten kan zijn en niet telkens vragen vooraf of tijdens. Het stichtingsbestuur moet dan ook op het juiste moment de juiste vragen aan de directie kunnen stellen. De directie heeft ook belang bij een ‘sparringpartner’ voor strategievragen of lastige kwesties, een klankbord. De directie heeft behoefte aan terugkoppeling op haar functioneren, en dan niet alleen tijdens de formele momenten. Van het stichtingsbestuur wordt ook toegevoegde waarde verwacht ten aanzien van de externe contacten van de directie, ter ondersteuning van diens vertegenwoordiging naar buiten.
Op de tweede plaats komen de geledingen van de school zoals die vertegenwoordigd zijn in de medezeggenschapsraad: de medewerkers, de leerlingen en de ouders. De medezeggenschapsraad heeft vooral met de directie te maken en maar af en toe met het stichtingsbestuur. Toch is het van belang dat het stichtingsbestuur ook voor de medezeggenschapsraad inzichtelijk maakt wat haar taak is en waarom ze als toezichthouder op afstand staat. Ook is het van belang dat beslissingen van het stichtingsbestuur die iedereen aangaan, goed worden uitgelegd en dat de geledingen via de regels van de medezeggenschap daarover kunnen meepraten en bij problemen terug kunnen vallen op een heldere klachtenregeling.
Periodiek ontmoeten stichtingsbestuur, directie, medezeggenschapsraad en ook ouderraad en leerlingenraad elkaar informeel, juist vanwege de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor een goede school.
Als derde partij noemen we de gemeente Sneek, die van rijkswege toeziet op de beschikbaarheid van openbaar onderwijs in de gemeente en er dus groot belang bij heeft dat het stichtingsbestuur de continuïteit van de school garandeert. De verantwoordingsverplichtingen naar de gemeente Sneek zijn opgenomen in de oprichtingsakte van het stichtingsbestuur.
De vierde partij is de onderwijsinspectie, die namens de minister van Onderwijs de kwaliteit van het onderwijs en de verbeteringen die scholen daarin aanbrengen, bewaakt. De inspectie doet voor dat doel vooral zaken met de directie van de school, maar rekent erop dat het stichtingsbestuur als eindverantwoordelijke op de hoogte is, aanwezig is bij gesprekken met de inspectie en in actie komt als dat nodig mocht zijn.
4. Structuur
RSG Magister Alvinus is een stichting voor openbaar onderwijs binnen de gemeente Sneek die bekostigd wordt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In de wet is vastgelegd dat de gemeente de zorg heeft voor het openbaar onderwijs. Onze stichting is echter in hoge mate zelfstandig: de gemeenteraad benoemt weliswaar formeel de stichtingsbestuurders maar heeft het toezicht op de school overgedragen aan het stichtingsbestuur. Bij benoemingen van bestuursleden volgt de gemeenteraad de voordrachten vanuit de school.
Het stichtingsbestuur vormt het bevoegd gezag en wordt gevormd door professionele vrijwilligers. De directie bestaat uit de rector als directievoorzitter en de plaatsvervangend rector.
De verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen stichtingsbestuur en directie is vastgelegd in het directiestatuut. Daarin staat onder andere dat het stichtingsbestuur zo veel mogelijk taken overlaat aan de directie en zich wil beperken tot toezicht houden. Dit sluit aan bij de Code Goed Onderwijsbestuur, die zegt dat beleid maken en toezicht houden niet door elkaar mogen lopen, èn bij onze opvatting dat beleid maken en leidinggeven een dagtaak is die in de organisatie zelf hoort.
Het stichtingsbestuur vergadert in de regel samen met de directie. Een uitzondering hierop wordt gemaakt als het over het functioneren van de directie of over het functioneren van het stichtingsbestuur gaat.
5. Werkwijze
Om deze belangen goed te kunnen dienen, hanteren we voor ons eigen werk als stichtingsbestuur de volgende richtpunten.
5.a. Kiezen van meetpunten
Als toezichthouder willen we op het juiste moment de juiste vragen stellen. We doen dat op specifieke aandachtsgebieden ten aanzien van de organisatie en de kwaliteit van het onderwijs en het beheer van de school. We doen dat mede aan de hand van indicatoren, zodat helder is welke resultaten we belangrijk vinden en welke informatie we nodig hebben om daarop te kunnen toezien. Positieve of negatieve ontwikkelingen worden dan tijdig zichtbaar. De kwartaal managementrapportages van de directie bieden inzage in de stand van zaken van het onderwijs en in de bedrijfsvoering. Het managementcontract met de rector biedt daarbij een goede grondslag voor de rapportage. Mondelinge informatie-uitwisseling over ‘hoe het gaat’ ondersteunt de dialoog tussen stichtingsbestuur en directie
5.b. Positie kiezen in netwerken
Als stichtingsbestuur zijn we in diverse netwerken vertegenwoordigd. Dat stelt ons in staat om ten gunste van de school invloed te laten gelden bij maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen. Het is ook een kanaal voor terugkoppeling waarlangs we signalen oppikken die voor de school van belang zijn.
5.c. Transparantie en communicatie
Als stichtingsbestuur zijn we vooral toezichthouder en staan we dus op afstand van de school. In de dagelijkse praktijk worden we vertegenwoordigd door de directie. Uiteraard willen we graag dat iedereen begrijpt hoe de taakverdeling tussen het stichtingsbestuur en de directie is, en wie waarvoor aanspreekbaar is. Daarom stellen we ons voor in de jaargids, leggen we onze rol uit en houden we ons beleid en de resultaten daarvan inzichtelijk voor de direct belanghebbenden.
6. Interne taakverdeling
Het stichtingsbestuur bestaat uit vijf personen en functioneert als een collegiaal bestuur met een voorzitter. De bestuursleden specialiseren zich in één of meer van de onderstaande aandachtsgebieden, soms als duo. Ze houden toezicht op de ontwikkelingen in dit taakveld en zijn daarin klankbord voor de directie.
6.a. Kwaliteit
Toezicht houden op de kwaliteit van het onderwijs en van de onderwijsorganisatie en de bijbehorende materiële zaken. Bewaken van de positie van de school in de regio. Terugkoppeling geven op het persoonlijk functioneren van de directie, zowel informeel als klankbord als formeel in de rol van werkgever.
6.b. Communicatie
Communicatiebeleid van de school, het proces van medezeggenschap en het onderhouden van externe relaties.
6.c. Financieel- en risicomanagement
Toezicht houden op de risicogebieden en de beheersing, op de begroting, de tussenrapportages en de jaarrekening en op het financieel management in algemene zin.
Tot slot
Onze vergaderingen verlopen in een goede sfeer, zakelijk maar met een menselijke maat. Periodiek toetsen wij ons functioneren, onderling en in gesprekken met de directie.
Sneek, 1 november 2009
Nota bene:
Documenten die onlosmakelijk zijn verbonden met dit bestuursprotocol zijn:
o Statuut voor de oprichting van de Stichting RSG Magister Alvinus d.d. 18 december 2003;
o Directiestatuut d.d. 20 december 2004 ;
o Code Goed Onderwijsbestuur van de VO-Raad d.d. 27 mei 2008.
Openbare Scholengemeenschap voor Gymnasium, Atheneum, Havo, VMBO en LWOO
Secretariaat: Postbus 341, 8600 AH Sneek. tel. 0515-429760
1. Bestuursprotocol RSG Magister Alvinus Sneek
Dit bestuursprotocol vat samen hoe het stichtingsbestuur van de Stichting RSG Magister Alvinus werkt. Het benoemt de algemene vertrekpunten en de formele kaders, de rolopvatting van het stichtingsbestuur en de interne taakverdeling.
Als stichtingsbestuur geven we deze uitleg ten behoeve van een duidelijke positionering. Het stichtingsbestuur handelt als ware het een raad van toezicht en heeft de directie als gevolg middels het directiestatuut verregaand gemandateerd. De directie vormt het directe aanspreekpunt voor de geledingen in de school: de leerlingen, de ouders, de medewerkers en de medezeggenschapsraad. Het stichtingsbestuur komt tot informatie-uitwisseling met deze geledingen tijdens bijvoorbeeld informele en thematische bijeenkomsten.
De rollen van ‘toezichthouder’ en ‘bestuurder’ dienen goed te worden gescheiden. Dit onderscheid wordt bij ons zichtbaar doordat het stichtingsbestuur de rol heeft van ‘toezichthouder’ en de directie de rol van ‘bestuurder’. De onderscheiden termen dienen in dit bestuursprotocol steeds als zodanig gelezen te worden.
We hopen dat dit bestuursprotocol bijdraagt aan een goed begrip van ieders rol in de schoolorganisatie, dat het uitnodigt om goed gebruik te maken van die organisatie en dat het ook uitdaagt om daar iets aan bij te dragen. Dit protocol werkt daarnaast voor het stichtingsbestuur zelf als leidraad voor zijn handelen en als inwerkdocument bij bestuurswisselingen.
Het bestuursprotocol vormt een aanvulling op de statuten voor de oprichting van de Stichting RSG Magister Alvinus, waarin de meer formele ankers voor de werkwijze van het stichtingsbestuur vastliggen.
2. Vertrekpunten
RSG Magister Alvinus wil een school zijn waar individuele aandacht centraal staat en leerlingen kansen krijgen om zich te ontplooien, hun eigen weg te vinden en hun vleugels uit te slaan. Daarbij werken medewerkers en leerlingen samen onder het motto ‘Met Elkaar’. Deze kernwaarden tekenen de school, al sinds de tijd van Magister Alvinus zelf. Voor ons als stichtingsbestuur zijn ze het vertrekpunt. Wij spannen ons in om deze waarden hoog te houden.
Als stichtingsbestuur bewaken we ook de grondslag van de RSG Magister Alvinus: de RSG is een openbare school voor voortgezet onderwijs. Elke levensovertuiging wordt gerespecteerd. We hebben een open leef- en werksfeer waarin ouders, leerlingen en personeelsleden open staan voor elkaars mening en elkaar respecteren. Leerlingen, docenten en overige medewerkers gedragen zich op school volgens de normen en waarden van de Nederlandse rechtsstaat.
Behalve dat we een stichtingsbestuur willen zijn dat past bij onze school, willen we ook een stichtingsbestuur zijn dat het naar objectieve maatstaven goed doet. Voor het voortgezet onderwijs is die objectieve maatstaf de ‘Code Goed Onderwijsbestuur’. Net als vrijwel alle schoolbesturen onderschrijven we deze code, en passen we hem, ook in dit bestuursprotocol, toe, of leggen we in voorkomende gevallen uit als we het anders doen. Hierop zijn we aanspreekbaar.
Van belang daarin is het begrip ‘horizontale verantwoording’: het investeren in een goed lopende horizontale verantwoording. Door de directie naar leerlingen, ouders en medewerkers. Een goed functionerende horizontale verantwoording gaat vooraf aan de verplichte verticale bestuursverantwoording naar onderwijsinspectie en gemeente.
3. Rolopvatting van het Stichtingsbestuur
De directie geeft richting aan de school, verwerft, besteedt en beheert de middelen en zorgt voor het goed functioneren van de organisatie. Het stichtingsbestuur houdt daarop integraal toezicht en neemt daarbij alle aspecten van de instelling en alle relevante belangen in overweging. De leden van het stichtingsbestuur nemen een onafhankelijke positie in ten opzichte van interne schoolzaken.
Daarbij hebben we te maken met vier partijen die een rechtstreeks belang hebben bij een goed functionerend stichtingsbestuur. Deze partijen benoemen we hier en we leggen uit welke belangen we zien en die we willen respecteren, en ook hoe we dat willen doen.
De eerste partij is de directie. De directie (en eigenlijk de hele schoolgemeenschap) draagt de cultuur en de kernwaarden van de school en wil zich daarin gesteund weten door het stichtingsbestuur. De directie heeft een duidelijk mandaat, een stevige opdracht en een heldere taakafbakening. Het stichtingsbestuur moet vertrouwen hebben in de directie, zodat er vooral toetsing achteraf op afgesproken meetpunten kan zijn en niet telkens vragen vooraf of tijdens. Het stichtingsbestuur moet dan ook op het juiste moment de juiste vragen aan de directie kunnen stellen. De directie heeft ook belang bij een ‘sparringpartner’ voor strategievragen of lastige kwesties, een klankbord. De directie heeft behoefte aan terugkoppeling op haar functioneren, en dan niet alleen tijdens de formele momenten. Van het stichtingsbestuur wordt ook toegevoegde waarde verwacht ten aanzien van de externe contacten van de directie, ter ondersteuning van diens vertegenwoordiging naar buiten.
Op de tweede plaats komen de geledingen van de school zoals die vertegenwoordigd zijn in de medezeggenschapsraad: de medewerkers, de leerlingen en de ouders. De medezeggenschapsraad heeft vooral met de directie te maken en maar af en toe met het stichtingsbestuur. Toch is het van belang dat het stichtingsbestuur ook voor de medezeggenschapsraad inzichtelijk maakt wat haar taak is en waarom ze als toezichthouder op afstand staat. Ook is het van belang dat beslissingen van het stichtingsbestuur die iedereen aangaan, goed worden uitgelegd en dat de geledingen via de regels van de medezeggenschap daarover kunnen meepraten en bij problemen terug kunnen vallen op een heldere klachtenregeling.
Periodiek ontmoeten stichtingsbestuur, directie, medezeggenschapsraad en ook ouderraad en leerlingenraad elkaar informeel, juist vanwege de gemeenschappelijke verantwoordelijkheid voor een goede school.
Als derde partij noemen we de gemeente Sneek, die van rijkswege toeziet op de beschikbaarheid van openbaar onderwijs in de gemeente en er dus groot belang bij heeft dat het stichtingsbestuur de continuïteit van de school garandeert. De verantwoordingsverplichtingen naar de gemeente Sneek zijn opgenomen in de oprichtingsakte van het stichtingsbestuur.
De vierde partij is de onderwijsinspectie, die namens de minister van Onderwijs de kwaliteit van het onderwijs en de verbeteringen die scholen daarin aanbrengen, bewaakt. De inspectie doet voor dat doel vooral zaken met de directie van de school, maar rekent erop dat het stichtingsbestuur als eindverantwoordelijke op de hoogte is, aanwezig is bij gesprekken met de inspectie en in actie komt als dat nodig mocht zijn.
4. Structuur
RSG Magister Alvinus is een stichting voor openbaar onderwijs binnen de gemeente Sneek die bekostigd wordt door het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen. In de wet is vastgelegd dat de gemeente de zorg heeft voor het openbaar onderwijs. Onze stichting is echter in hoge mate zelfstandig: de gemeenteraad benoemt weliswaar formeel de stichtingsbestuurders maar heeft het toezicht op de school overgedragen aan het stichtingsbestuur. Bij benoemingen van bestuursleden volgt de gemeenteraad de voordrachten vanuit de school.
Het stichtingsbestuur vormt het bevoegd gezag en wordt gevormd door professionele vrijwilligers. De directie bestaat uit de rector als directievoorzitter en de plaatsvervangend rector.
De verdeling van taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden tussen stichtingsbestuur en directie is vastgelegd in het directiestatuut. Daarin staat onder andere dat het stichtingsbestuur zo veel mogelijk taken overlaat aan de directie en zich wil beperken tot toezicht houden. Dit sluit aan bij de Code Goed Onderwijsbestuur, die zegt dat beleid maken en toezicht houden niet door elkaar mogen lopen, èn bij onze opvatting dat beleid maken en leidinggeven een dagtaak is die in de organisatie zelf hoort.
Het stichtingsbestuur vergadert in de regel samen met de directie. Een uitzondering hierop wordt gemaakt als het over het functioneren van de directie of over het functioneren van het stichtingsbestuur gaat.
5. Werkwijze
Om deze belangen goed te kunnen dienen, hanteren we voor ons eigen werk als stichtingsbestuur de volgende richtpunten.
5.a. Kiezen van meetpunten
Als toezichthouder willen we op het juiste moment de juiste vragen stellen. We doen dat op specifieke aandachtsgebieden ten aanzien van de organisatie en de kwaliteit van het onderwijs en het beheer van de school. We doen dat mede aan de hand van indicatoren, zodat helder is welke resultaten we belangrijk vinden en welke informatie we nodig hebben om daarop te kunnen toezien. Positieve of negatieve ontwikkelingen worden dan tijdig zichtbaar. De kwartaal managementrapportages van de directie bieden inzage in de stand van zaken van het onderwijs en in de bedrijfsvoering. Het managementcontract met de rector biedt daarbij een goede grondslag voor de rapportage. Mondelinge informatie-uitwisseling over ‘hoe het gaat’ ondersteunt de dialoog tussen stichtingsbestuur en directie
5.b. Positie kiezen in netwerken
Als stichtingsbestuur zijn we in diverse netwerken vertegenwoordigd. Dat stelt ons in staat om ten gunste van de school invloed te laten gelden bij maatschappelijke en bestuurlijke ontwikkelingen. Het is ook een kanaal voor terugkoppeling waarlangs we signalen oppikken die voor de school van belang zijn.
5.c. Transparantie en communicatie
Als stichtingsbestuur zijn we vooral toezichthouder en staan we dus op afstand van de school. In de dagelijkse praktijk worden we vertegenwoordigd door de directie. Uiteraard willen we graag dat iedereen begrijpt hoe de taakverdeling tussen het stichtingsbestuur en de directie is, en wie waarvoor aanspreekbaar is. Daarom stellen we ons voor in de jaargids, leggen we onze rol uit en houden we ons beleid en de resultaten daarvan inzichtelijk voor de direct belanghebbenden.
6. Interne taakverdeling
Het stichtingsbestuur bestaat uit vijf personen en functioneert als een collegiaal bestuur met een voorzitter. De bestuursleden specialiseren zich in één of meer van de onderstaande aandachtsgebieden, soms als duo. Ze houden toezicht op de ontwikkelingen in dit taakveld en zijn daarin klankbord voor de directie.
6.a. Kwaliteit
Toezicht houden op de kwaliteit van het onderwijs en van de onderwijsorganisatie en de bijbehorende materiële zaken. Bewaken van de positie van de school in de regio. Terugkoppeling geven op het persoonlijk functioneren van de directie, zowel informeel als klankbord als formeel in de rol van werkgever.
6.b. Communicatie
Communicatiebeleid van de school, het proces van medezeggenschap en het onderhouden van externe relaties.
6.c. Financieel- en risicomanagement
Toezicht houden op de risicogebieden en de beheersing, op de begroting, de tussenrapportages en de jaarrekening en op het financieel management in algemene zin.
Tot slot
Onze vergaderingen verlopen in een goede sfeer, zakelijk maar met een menselijke maat. Periodiek toetsen wij ons functioneren, onderling en in gesprekken met de directie.
Sneek, 1 november 2009
Nota bene:
Documenten die onlosmakelijk zijn verbonden met dit bestuursprotocol zijn:
o Statuut voor de oprichting van de Stichting RSG Magister Alvinus d.d. 18 december 2003;
o Directiestatuut d.d. 20 december 2004 ;
o Code Goed Onderwijsbestuur van de VO-Raad d.d. 27 mei 2008.









